J.P.J. Jansen op een Saroléa motor, met de Rolder molen op de achtergrond tijdens de eerste TT races in 1925.
J.P.J. Jansen op een Saroléa motor, met de Rolder molen op de achtergrond tijdens de eerste TT races in 1925.

Eerste TT in Rolde groeit uit tot motorsportevenement van wereldformaat

Algemeen

ROLDE – Wat was er gebeurd als de inwoners van Rolde in 1925 niet ervoor hadden gezorgd dat er speciaal een verbinding werd aangelegd om het nieuw te vormen circuit voor een motorrace te voltooien? Had Valentino Rossi dan zijn honderdste Grand Prix-overwinning in Assen kunnen vieren. Was Wil Hartog dan ook een nationale held geworden en was het voor Streuer en Schnieders geen last geworden om te zegeveren op de Drentse heide terwijl ze al wel wereldkampioen waren? Hadden we ons dan ook Jim Redman, Phil Read, Giacomo Agostini, Angel Nieto, Barry Sheene, Boet van Dulmen, Jack Middelburg, Michael Doohan en Kenny Roberts herinnerd? En had Marc Márquez dan 100 jaar na dato ook als winnaar over de streep kunnen gaan van het TT Circuit in Assen? We zullen het nooit weten, want de Roldenaren legden wel inderhaast een weggetje aan. 

De nog jonge Motorclub Assen en Omstreken had het plan gevormd om Nederland zijn eerste wegrace te geven. Het bericht sloeg in als een bom, want snelheidswedstrijden op de openbare weg waren in ons land verboden. Toch wilden de Nederlandse motorrenners, tot dan was hun sport beperkt tot gras- en kombaanraces, hun krachten wel eens meten in een wegrace, zoals die in het buitenland ook wel werden gehouden. De mogelijkheid ontstond nadat in 1924 de nieuwe Motor- en Rijwielwet werd aangenomen. Hierin werd voor de minister de mogelijkheid opengelaten om ontheffing van het wedstrijdverbod te verlenen. De K.N.M.V. sprong er bovenop, maar ideeën uit Brabant, Gelderland en Drenthe stierven in schoonheid. De heer Dieters uit Assen volgde echter met belangstelling de aanleg van de weg tussen Rolde en Borger en wees de M.C. Assen hierop. Voorzitter Kramer zag kansen. Toch werd het riskant geacht om met zoiets wilds bij Waterstaat aan te komen. Er werd een slimme draai aan de opzet gegeven om niet direct afgewezen te worden; het zou een non-stop betrouwbaarheidsrit over afgesloten wegen worden, met een geschatte gemiddelde snelheid van 40-45 kilometer per uur, verboden voor zware motoren, maar tot een maximum van 500 cc (die werden toen als licht gezien ten opzichte van de populaire Amerikaanse big twins). Ter controle van de snelheid zouden bij de finish duivenklokken staan, waarin de rijders hun kaart moesten afstempelen. 

Een 28,4 kilometerlang parkoers van Rolde naar Borger en via Schoonloo en Grolloo weer terug naar Rolde moest dienen als circuit. Deze weg was weliswaar slecht drie meter breed, stoffig en op sommige gedeelten tonrond. De coureurs zouden ook vier kilometer lang gezelschap krijgen van een puffend stoomtrammetje. Er waren echter geen bruggen of spoorwegovergangen die de rijders konden belemmeren. Men kon op het hele circuit doorrijden. Men moest niet klagen over stukken grindweg, een stuk met Brabantse keien en een zandweg met twee bruggetjes van houten planken. En in Rolde ontbrak een stukje weg, maar dat werd in allerijl aangelegd door de inwoners van het dorp. De coureurs hadden tijdens de race echter geen hoge dunk van de Roldenaren als wegenbouwers.

De ministeriële ontheffing kwam een week voor de geplande datum. Ervaren coureurs, Maarten Flinterman en Willem Breeman, keurden namens de K.N.M.V. het parkoers en beleefden de nodige avonturen. Flinterman ging in een karrespoor op de zandweg onderuit. Breeman kon hem alleen maar ontwijken door een greppel in te duiken. Tijdens een tweede ronde raakten ze duellerend met hun sturen in elkaar op dezelfde zandweg, waardoor ze opnieuw onderuitgingen. Hierdoor werd de coureurs verboden om elkaar op deze zandweg in te gaan halen. En verzekeringskwestie dreigde nog roet in het eten te gooien, maar uiteindelijk stemde de K.N.M.V. in. En kon op zaterdag 11 juli 1925 de eerste T.T. van Nederland worden verreden. 

Op de donderdag daarvoor werd eerst nog twee uur tussen het verkeer door getraind. Na een strenge keuring stonden op 1juli 1925 27 coureurs aan de start op de brink in Rolde; twee in de 250cc, dertien in 350cc en elf in de 500cc-klasse. Deze klassen werden vijf minuten na elkaar gestart. De kwartliters reden 223 kilometer en de 350c en 500cc 285 kilometer (tien rondjes). 

De Commissaris van de Koningin Linthorst Homan gaf het startschot en de 27 heroïsche helden schoten als kanonskogels donderend en brullend weg, de menigte achterlatend in een wolk van rook en zand. De geur van verbrande Caltex motorolie verspreidde zich tussen de menigte als een welriekend parfum. Muziekvereniging Euterpe hield de stemming er voor het wachtende publiek in. 

De tot wegracers omgebouwde sport- en grasbaanmachines bleken niet opgewassen tegen de omstandigheden en de snelheden, want de snelheidsbeperkingen waren uit het reglement geschrapt, opgewassen. Het aantal uitvallers was groot. Arie Wuring won de 250cc. Concurrent Hoogeveen was in de zesde ronde uitgevallen. Hij reed op zijn BSA een gemiddelde van 67,3 kilometer per uur. De snelste 350cc-motoren gaven al halverwege de geest. Drie coureurs haalden wel de eindstreep. Hajo Bieze wer op een Nieuw Imperial als winnaar afgevlagd. Hij reed een gemiddelde van 82 kilometer per uur. Karel Burlage en Bertus van Hamersveld (opa van autocoureurs Tim en Tom Coronel) behoorden tot de favorieten inde 500cc. Van Hamersveld had één van de twee cilinders van zijn 1000cc Harley afgehaald om mee te kunnen doen. De geboren Bussummer zette de snelste gemiddelde snelheid per ronde neer. Hij reed en rondje met 101 kilometer per uur gemiddeld, een knappe prestatie op het lastige circuit van Drenthe. Hij ging als koploper de laatste ronde in, maar een lekke band, die hij zelf moest lappen, en een gebroken klepveer ontnamen hem de zege. Piet van Wijngaarden reed hem op zijn Norton voorbij en ging met een voorsprong van drie minuten als winnaar over de finish (91,4 km/u gemiddeld). De Rotterdammer kreeg hierdoor eeuwige roem. 

Na die eerste races in 1925 werd er fanatiek doorgeborduurd, de proef in Rolde was aardig geweest, maar men had ervaren, dat er nogal wat verbeterd moest worden. Zandwegen en onverharde bochten konden niet worden getolereerd. De wegen zouden moeten worden aangepast. Het gemeentebestuur van Borger wilde daar evenwel geen medewerking aan verlenen. Daarom moest er naar een ander circuit worden uitgekeken en in 1926 verhuisde men naar het circuit van Assen-Hooghalen, dat tot 1955 gebruikt zou worden. Wat als de gemeente Borger wel had ingestemd, was Rolde dan het middelpunt van de motorsport in Nederland geworden, een eer die nu naar Assen gaat, want de eerste TT is uitgegroeid tot een motorsportevenement van wereldformaat. Het circuit van Assen is uitgegroeid tot de kathedraal van de motorsport. En dat alles omdat de inwoners van Rolde bereid waren om een verbindingsstukje in het eerste circuit aan te leggen. 

Bronnen: 60 jaar TT 1925-1985 (Harm Harmsza en Hans van Loozenoord) en TT Historie.nl (Willem Homan).

Meer informatie over de TT Parad op zaterdag 12 juli  in Rolde iss te vinden op www.ovvr.nl/100-jaar-tt/.

Het eerste TT-circuit in Drenthe.
De poster van de eerst TT in 1925