Afbeelding
(Foto: Henry Koops)

Roelof Brands: ‘Je zit in de raad als volksvertegenwoordiger’

Algemeen

ROLDE – Roelof Brands neemt na de verkiezingen afscheid van de gemeenteraad van Aa en Hunze. De 66-jarige landbouwer uit Rolde heeft 24 jaar Gemeentebelangen vertegenwoordigd in het politieke klimaat van Aa en Hunze. Daarvoor was hij ook al een jaar actief in de gemeenteraad van de voormalige gemeente Rolde.

Roelof Brands zat aan het eind van de vorige eeuw in diverse besturen, en was eerste reserve bij Gemeentebelangen na de verkiezingen van 1994. Ik werd in 1996 benaderd om Jaap Koppelaar te vervangen als fractielid omdat die de gemeenteraad van Rolde, ook na een lange periode ging verlaten. Dat heb ik ruim een jaar gedaan. Vervolgens ben ik er een periode uit geweest. Dat was tijdens de herindeling. De kinderen waren toen nog klein. Een druk gezin met twee zonen en twee dochters en alle heisa rond een gemeentelijke herindeling vond ik wel goed en ik heb toen pas op de plaats gemaakt. In 2002 stond ik weer op de kandidatenlijst en werd ik in de raad van Aa en Hunze gekozen.”

De eerste periode met vijf zetels zat de partij nog in de oppositie, en de vijf periodes daarna maakte Gemeentebelangen deel uit van het college. “Dan vind je het beleid van jouw partij terug in het coalitieakkoord en kun je in feite meer bereiken voor je gemeente”. Maar met politiek en in een democratie komt het er uiteindelijk op neer dat je allemaal hetzelfde doel hebt.” In de laatste perioden had de partij negen zetels, waarvan Brands er één bezette. “Het maakt wel uit of je met vijf of met negen leden in de raad zit. Je kunt de zaken dan veel meer spreiden. Als ik, net zoals sommige andere fracties, met één of twee leden in de raad had gezeten, dan had ik het geen 24 jaar volgehouden.”

Brands wilde er vier jaar geleden al mee stoppen, omdat hij het druk had met de toekomst van zijn boerenbedrijf. “Ik heb altijd het gezin en het bedrijf boven mijn raadswerk gesteld. Daarom heb ik ook wel eens raadsvergaderingen moeten afzeggen, omdat we thuis bijvoorbeeld moesten kalveren. Maar het raadswerk heb ik altijd met plezier gedaan.”

Brands had zich bij de vorige verkiezingen op een dertiende plaats van de kieslijst laten zetten, maar werd met voorkeurstemmen toch weer in de raad gekozen. “Ik ben van mening dat wanneer je je kandidaat stelt en je wordt gekozen, je ook je verantwoordelijkheid moet nemen en zitting in de raad moet nemen.”

Een op-en-top politicus heeft Brands zich nooit gevoeld. “Ik was ook niet zo van het netwerken, daar lag mijn kracht niet. En ik vind ook niet dat ik mij als individu op de borst kan kloppen om wat we bereikt hebben. Je doet het samen. Alleen kun je niets betekenen. En bij besluiten tellen de meeste stemmen. Je zit er ook niet voor jezelf. Je zit in de raad als volksvertegenwoordiger.”

De Rolder landbouwer veerde altijd op als er een landbouwthema op de agenda stond. “Ik hoop dat ik de landbouwsector in al die jaren goed heb vertegenwoordigd. Al moet je wel oppassen voor belangenverstrengeling. Ik ben er wel eens uitgelopen als het onderwerp te dicht bij mijzelf kwam.”

Terugkijkend vindt de vertegenwoordiger van Gemeentebelangen dat de realisatie van MFC De Boerhoorn in Rolde een mooi, zichtbaar, succes is geweest. “Het heeft wel wat geld gekost, maar er staat nu een mooie accommodatie en het voldoet aan een behoefte. Je ziet dat er heel wat voorzieningen zijn verdwenen waar verenigingen konden vergaderen. Zij kunnen nu mooi in De Boerhoorn terecht. Als je nu naar de successen van handbalvereniging Unitas kijkt, hadden we misschien ook iets met de sporthal moeten doen.”

Als Brands naar zijn eigen woonplaats kijkt, blijft de doorstroom van het verkeer door het dorp een heikel punt. “Ik denk echter dat daar geen goede oplossing voor is.”

In 25 jaar gebeuren er natuurlijk ook zaken die minder leuk zijn. “De periode dat Edy Houwing uit onze fractie stapte en de situatie rond burgemeester Piet van Dijk waren minder prettig. Ook de strijd rondom de windmolens was niet fijn. De tweespalt in de gemeente en het versterken van de polarisatie: dat blijft bij de mensen hangen.”

Toch kijkt Brands tevreden terug op zijn raadsperiode. “Het gaat er in Aa en Hunze altijd gemoedelijk aan toe. De discussie rond het onderwijs- en cultuurpodium was geloof ik wel de heftigste discussie die ik in 25 jaar heb meegemaakt. De heftigheid kan natuurlijk ook veroorzaakt zijn doordat het verkiezingstijd was. De contacten om samen zaken voor elkaar te krijgen vond ik leuk om te doen. En dat je iets voor de gemeenschap kunt betekenen. Maar het meest bijzondere vond ik dat ik samen met mijn dochter Klarina een periode in de raad heb gezeten.”

De maandag en donderdag die Brands had ingeruimd voor de gemeenteraad komen te vervallen. “Ik ga eerst even een poosje niets doen. Ik ben er echter het type niet naar om op de bank te hangen voor de buis, dus die avonden zullen wel een invulling krijgen. Misschien een abonnement op de sportschool, maar dat betekent nog niet dat je gaat”, zegt hij lachend. “Ik ben wel op een leeftijd gekomen dat ik niet meer vijf avonden per week weg hoef te zijn. Ik wil wel tussen de mensen blijven. De periode van meerdere besturen ligt achter me, maar misschien ga ik straks wel weer wat vergaderingen bezoeken. Het zal een hele omschakeling zijn. Zo hoef ik straks niet meer zoveel stukken te lezen. Die zijn nu allemaal digitaal, maar in de beginperiode kreeg je ze per post en zaten we in een kamertje op het gemeentehuis vaak stukken te lezen. Ook heb ik de komst van de griffier nog meegemaakt; die had je vroeger niet. En de contacten met de ambtenaren zijn veranderd. Vroeger had je een telefoonboekje met alle nummers en kon je de ambtenaren bellen. Dat heeft nu niet zoveel zin meer, het verloop is groot. Ik heb er nooit misbruik van gemaakt. Als ik privézaken moest regelen, belde ik altijd via de receptie.”

Brands hoopt dat na zijn afscheid de samenwerking binnen de fracties en het college goed zal blijven verlopen. “Ik hoop dat Aa en Hunze een mooie agrarische gemeente blijft, want dat hoort bij Aa en Hunze. En dat er voldoende voorzieningen blijven en er ruimte is voor activiteiten en festiviteiten.”