
Anne ten Brink, verteller van het oude, komt met eigen boek
AlgemeenZUIDLAREN – Anne ten Brink uit Zuidlaren staat sinds enige tijd volop in de belangstelling. Onlangs kwam hij in de media omdat hij in Noord-Drenthe een Neanderthalerkampement ontdekte. Ook werd hij deze zomer Nederlands kampioen vuistbijlenslaan. En nu is ook zijn boek Het pad van de wolfshond uit. “Het heeft 68 jaar geduurd. In drie maanden tijd is er van alles gebeurd. Maar nu het je overkomt, moet je er ook maar een beetje van genieten”, zegt hij lachend.
Anne ten Brink ging enkele jaren geleden met pensioen. De voormalig docent aan de Jan Thiesschool in Rolde had zich kunnen opsluiten in zijn huis in het bos in Westlaren, maar daar is hij het type niet naar. “Ik heb dat een paar dagen gedaan, toen ik met de afronding van het boek bezig was. Maar als je na een paar dagen geen mens hebt gezien, dan wil je er graag even uit.”
Ten Brink trekt er graag op uit als amateurarcheoloog om de geschiedenis van Drenthe te ontdekken, of hij reist met zijn kampeerbusje door Europa. Gedreven door een levenslange fascinatie voor het verleden verkent hij hoe mensen leefden, dachten en keuzes maakten in een wereld zonder geschreven geschiedenis.
De fascinatie ontstond in Diever, waar hij destijds lesgaf. “Geschiedenis is altijd mijn dingetje geweest. Bij de vakken aardrijkskunde, biologie en geschiedenis mocht ik graag verhalen vertellen. Men overlaadt kinderen met stapels boeken om de leesbevordering te stimuleren. Maar wat veel belangrijker is, is dat je belangstelling kweekt. Als die belangstelling er eenmaal is, gaat men zich vanzelf in de materie verdiepen. Ik nam de kinderen daarom ook altijd mee het veld in. Dat heb ik gedurende mijn hele schooltijd gedaan. In Diever werd destijds een sporthal gebouwd. Toen ze aan het uitgraven waren, heb ik samen met de kinderen daarnaast een kuil gegraven. Daarin hebben we potten gebakken en huisjes uit het verleden nagebouwd. Aan het eind van de dag gingen de plaggen erop en de volgende dag gingen we weer verder. Ik had toen de vierde klas, wat nu groep 4 is. De geschiedenislessen beginnen dan in de prehistorie. Daar is mijn fascinatie ontstaan.”
De schatten die de Drentse bodem prijsgeeft, blijven hem fascineren. “Ik ben nu met een stel amateurarcheologen op zoek in Kloosterveen in Assen. En onlangs heb ik samen met Jan van Rijn een mogelijk Neanderthalerkampement ontdekt. Ik kan daar niets over zeggen. Eerst moet alles gedocumenteerd zijn en moet het onderzoek zijn afgerond. We moeten voorkomen dat Jan en alleman in de grond gaat zitten wroeten.”
Het begon allemaal met de vondst van een steentje. “Een steentje waar ik niets van wist. Ik ben mij erin gaan bekwamen en nu stelt men mij vragen over stenen die men vindt. Ik vertel er verhalen over in musea en ben betrokken bij determinatiedagen. Tijdens deze dagen kunnen mensen gevonden stenen, botten, fossielen, schelpen of archeologische voorwerpen laten onderzoeken en op naam laten brengen. Ik heb zelf 40.000 stenen in huis. Daarvan heb ik onlangs 15.000 naar het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) in Nuis gebracht. Maar ja, er kwam een boek tussendoor.”
Het idee voor een boek ontstond ongeveer twintig jaar geleden. “Ik had het met mijn ex-vrouw over verhalen vertellen. Zij zei op een gegeven moment: Waarom schrijf je die verhalen niet op? Of kun je dat niet? Dat maakte iets in mij los. Ik ben gaan schrijven en binnen drie maanden had ik deel 1 klaar. Maar ik durfde het aan niemand te laten lezen. Het is toch je kindje en je bent bang dat het niet goed wordt gevonden. Een soort faalangst. Dus het boek is op de plank blijven liggen.
Tien jaar later kreeg ik weer zin om te gaan schrijven. Maar ik had een drukke baan en niet altijd de puf om te schrijven. Dus het duurde even voordat deel 2 klaar was. Toen ik met pensioen ging, ben ik verdergegaan en heb ik deel 3 afgerond. Het is een boek van ruim 500 pagina’s geworden, dat ik in eigen beheer heb uitgegeven.”
Het boek begint met een jonge kerel die staat te vissen. Hij wordt met spoed teruggeroepen naar zijn dorp, waar blijkt dat zijn beste vriend Gurt is overleden. Tijdens de avondwake worden verhalen verteld over de overledene. Die verhalen trekken de lezer diep de prehistorie in: een wereld waarin de natuur bepalend is en de goden altijd dichtbij zijn.
De godenverhalen vullen deel 1. In deel 2 gaat Yolinde samen met Jettor, de man die haar heeft opgevoed, haar iets jongere bewonderaar Ka-ràn en de trouwe wolfshond Baldo op reis naar het dorp van Gurt. Onderweg gebeurt van alles. Ze moeten ook weer terug, en die reis wordt beschreven in deel 3. “De beschrijvingen in het boek worden aan het eind van het verhaal onderbouwd met archeologische vondsten. De emoties van de mensen en de gedachten achter hun keuzes zijn mijn invulling, zoals ik denk dat de mensen in die tijd dachten.”
Het boek is bedoeld voor jongeren van 12 tot 18 jaar. “Aan het boek is ook een onderwijsprogramma gekoppeld. Dan kom ik in groep 8 van basisscholen over het boek vertellen. Daarmee wil ik de prehistorie en de archeologie onder de aandacht brengen. Dankzij subsidies van de provincie Drenthe en het Wetenschappelijk Fonds van de Drents Prehistorische Vereniging heb ik aan alle 275 basisscholen in Drenthe een boek kunnen geven. Bijna alle scholen doen ook mee aan het lesprogramma.”
De reacties op het boek zijn goed en kwamen al snel binnen. “Daar was ik niet op voorbereid. Ik kreeg allemaal mailtjes binnen, zelfs al vóór de presentatie. Een man had het boek al in de winkel zien liggen en vond de vormgeving zo mooi. Die heb ik zelf, samen met AI, gemaakt. Daarnaast staan er veel foto’s en afbeeldingen van derden in, die ik mocht gebruiken. En ik moest boeken gaan signeren. Dan zie je een hele rij mensen staan die allemaal een persoonlijke boodschap willen. Ik dacht eerst: wat moet ik in godsnaam opschrijven? Maar het ging eigenlijk als vanzelf. Ik kon prima uit de prehistorie putten en iedereen een persoonlijke boodschap meegeven. En het blijkt dat het een boek is voor de doelgroep van 12 tot 90 jaar, want ook volwassenen zijn geïnteresseerd.”
Ten Brink weet nog niet of er een deel 4 of een ander boek komt. “Ik vond het erg leuk om te doen en heb ervan geleerd. Maar een boek uitgeven is ook een hele opgave. Ik heb dagen gehad dat ik geen punten en komma’s meer kon zien. Maar het kriebelt soms wel. Wie weet.”
Zijn toekomst is daarmee net zo onzeker als de afloop van zijn boek. Of het kwartet de tocht volbrengt, laat hij – net als de vindplaats van het Neanderthalerkampement – in nevelen gehuld.
Het boek is verkrijgbaar bij drie musea, diverse boekwinkels en via www.vertellervanhetoude.nl.



