
Gemeente Aa en Hunze houdt rekening met komst Nedersaksenlijn
AlgemeenAA EN HUNZE - Burgemeester Anno Wietze Hiemstra had bij de presentatie van de Begroting van 2027 een goede gevoel over het voortbestaan van de plannen voor de Nedersaksenlijn.
Het doorgaan van de plannen was onzeker doordat minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat had aangekondigd dat in het kader van de bezuinigingen van het kabinet ook de regionale plannen niet zeker waren dat ze door zouden gaan.
De gemeente Aa en Hunze had in de begroting alvast een pm-post voor een bijdrage aan de realisatie van de Nedersaksenlijn opgenomen. De regio had aan het Rijk al toegezegd een bedrag van 50 miljoen voor de realisatie van het spoor en de stations. Dat regiobod is een bijdrage naast de verkenning voor gebiedsontwikkeling. De toegezegde bijdrage zal worden gevonden tijdens MIRT-verkenning (periode 2026 tot en met 2028). Dan wordt het tracé duidelijk en ook waar en hoeveel stations er komen. Aan de hand daarvan wil de regio bepalen wat de bijdrage van de deelnemende gemeenten zullen zijn.
Hoewel de hoogte van de bijdrage in de realisatiekosten nog niet vaststaat, is wel duidelijk dat vanaf 2029 een bijdragen van enige omvang gevraagd zal worden. Hierop vooruitlopend wordt gemeenten gevraagd om rekening te houden met een bedrag van maximaal 350.000 euro verdeeld over tien jaar.
Hiemstra kon niet geloven dat de minister een streep zou zetten door de Nedersaksenlijn. De burgemeester kreeg vrijdag gelijk toen Karremans samen met staatssecretaris Annet Bertram aankondigde dat de Nedersaksenlijn de infrastructuur-afweging had overleefd. Dat geldt ook voor de aanpak van het spoorknooppunt bij Meppel. De Lelylijn wordt opnieuw uitgesteld en ook de verdubbeling van de N33 tussen Appingedam naar de Eemshaven sneuvelde.



