‘Geen laagfrequente bromtoon bij windturbine windpark’
AlgemeenAA EN HUNZE - De eerste windturbine van Windpark De Drentse Monden en Oostermoer maakt geen laagfrequente bromtoon. Bij de overige 44 windturbines (van dezelfde producent) is dat dan ook niet te verwachten. Dat constateert geluidsspecialist Jan van Muijlwijk.
Van Muijlwijk, geluidsspecialist van de Gemeente Veendam, verrichtte 2 oktober metingen in de omgeving van de windturbine. De expert deed metingen terwijl de windturbine in bedrijf was en toen deze stil stond. Het verschil in geluid was volgens hem laag.Van Muijlwijk geeft aan dat al gauw naar windmolens als bron van geluid wordt gewezen.
,,Ja dat is heel vaak zo. In de meeste laagfrequente kwesties meldt iemand hinder van een lage toon, gaat op zoek, kijkt om zich heen en denkt: waar komt dat vandaan? Dan wordt heel vaak gedacht aan een groot bedrijf, een windmolen of een andere machine. En in maar een heel klein aantal van de gevallen blijkt het dat ook werkelijk te zijn. Heel vaak vind je na een zoektocht dat het iets anders is. Bijvoorbeeld de koikarper-vijverpomp van de buurman. Of de cv-ketel van jezelf. Of een koelkast. Dat kan allemaal, die maken ook lage tonen. Maar het zou ook een windmolen kunnen zijn. Alleen: dat is heel zeldzaam.”
Volgens Van Muijlwijck kan het laafgfrequent geluid heel vervelend zijn. ,,Als je er last van hebt, is dat echt verschrikkelijk. Mensen die niet kunnen ontdekken waar het geluid vandaan komt, kunnen er bij wijze van spreken knettergek van worden. Want het heeft een ontwrichtende uitwerking op je hele gestel, vooral als je er ook niet van kunt slapen. Slaapgebrek is natuurlijk verschrikkelijk. Het leuke is: in bijna alle gevallen waarin je een bron vindt, blijkt er iets aan te doen. Ik doe dit nou een jaar of tien en in ongeveer 70 procent van de gevallen meet ik een geluid waar de mensen last van hebben. En in de helft van die gevallen wordt er uiteindelijk ook een bron gevonden. In de helft van al die gevallen kan er dan iets aan gedaan worden. En dan is dat eigenlijk altijd verrassend simpel.”
Van Muijlwijk analyseerde de gemeten geluiden nauwkeurig en bracht een veelheid aan frequenties in beeld. Daarbij keek hij ook naar achtergrondgeluiden en eventueel afwijkende tonen.
“Deze molen maakt inderdaad het bekende geruis wat windmolens doen maar geen specifieke tonale geluiden; geen bromtonen. Hij maakt, als ik de grafieken bekijk, eigenlijk verrassend weinig laagfrequent geluid. Dus dat is goed nieuws. We hebben gemeten op ongeveer 200 meter afstand. Dat is ook ongeveer de hoogte van de molen. Dat is zo’n vuistregel in de meettechniek voor de windmolens.”
Er werd in oktober bij één turbine gemeten, maar er komen 45 turbines. ,,Deze 45 staan niet allemaal op dezelfde plek. Afstand is heel belangrijk. Hier in de Monden staan ze allemaal op lange rijen en er zitten vele honderden meters tussen twee molens. En tussen die rijen zit ook veel afstand. Kijk als je een cluster hebt, echt een groep van bijvoorbeeld 4 bij 4 of 5 bij 5, dan kan ik me voorstellen dat dat op enig moment wel bij elkaar gaat optellen. Maar in dit soort lijnopstellingen verwacht ik heel weinig opteleffecten”, aldus Van Muijlwijk.



