Nedmag compenseert waterschap 100 jaar voor gevolgen bodemdaling

Algemeen

AA EN HUNZE - Waterschap Hunze en Aa’s en zoutwinbedrijf Nedmag hebben overeenstemming bereikt over de manier waarop de gevolgen van zoutwinning gecompenseerd zullen worden. Nedmag zal de komende honderd jaar meebetalen als ten gevolge van bodemdaling kosten gemaakt moeten worden.

Door zoutwinning daalt de bodem en dat vraagt aanpassingen in het waterbeheer. Zo kan het voorkomen dat er in de toekomst ergens in het watersysteem aanpassingen nodig zijn om het waterbeheer aan te passen aan de dalende bodem, zoals de aanleg van een stuw, gemaal of waterkering. Nedmag zal deze kosten voor zijn rekening nemen, waarna het waterschap eigenaar wordt en zorg draagt voor het beheer en onderhoud. De aanpassingen zullen gericht zijn op het voorkomen van wateroverlast, het behoud van waterkwaliteit en het behoud van waterveiligheid, met inachtneming van de duurzaamheidsdoelstellingen van het waterschap.

Geen risico
Er zijn afspraken gemaakt over de vergoeding van de terugkerende kosten van de voorzieningen die nodig zijn om het waterbeheer aan te passen. Het gaat daarbij om kosten voor beheer, onderhoud en het energieverbruik van deze infrastructuur en op termijn vervangingsinvesteringen. De afgesproken vergoeding heeft betrekking op zowel de infrastructuur die in het verleden is aangelegd als op in de toekomst aan te leggen voorzieningen. De partijen zijn een bedrag overeengekomen die de kosten dekt voor de komende honderd jaar. Dat betekent dat het waterschap geen financieel risico loopt op het moment dat Nedmag besluit de zoutwinning te beëindigen of ophoudt te bestaan.

Tevreden
Fien Heeringa, dagelijks bestuurslid van waterschap Hunze en Aa’s, is tevreden over de gemaakte afspraken: ,,We hebben in het voorjaar van 2021 besloten dat het op dat moment geen zin had om verder te praten met Nedmag omdat wat wij vroegen en wat Nedmag bood te ver uit elkaar lag. Na de zomer heeft Nedmag initiatief genomen om de gesprekken te hervatten. Hun opstelling bleek duidelijk veranderd, met als uitkomst dat we onze eisen ingewilligd zien. Alle kosten waar we als waterbeheerder mee te maken hebben als gevolg van de dalende bodem worden keurig vergoed, ook naar de verre toekomst toe. Daar was het ons om te doen. Want we wilden voorkomen dat kosten op ons afgewenteld zouden worden, en daarmee via de waterschapsbelastingen op inwoners en bedrijven in ons werkgebied.’’