Het was en bleef een hele kunst om een goede mand te vlechten. (Foto: Verbeelder Oebele Gjaltema)
Het was en bleef een hele kunst om een goede mand te vlechten. (Foto: Verbeelder Oebele Gjaltema)

Aandacht voor het ambacht: de mandenmaker

AA EN HUNZE - Elk dorp op de Hondsrug had vroeger zijn eigen vakmensen. Ambachtslieden die wat hun ogen zagen, met hun handen konden maken. Een van hen was de mandenmaker van het dorp.

Niet iedereen kon manden maken, het was een vak apart. Wilgentenen waren weliswaar gemakkelijk te buigen, maar het was en bleef een hele kunst om er een goede mand van te vlechten: mooi rond en stevig genoeg om er enkele tientallen kilo's probleemloos in te kunnen verplaatsen. Vaak werden de manden in het dorp gemaakt door een handige boer die er in de wintermaanden wat mee bijverdiende. Veel keuterboertjes hadden zo'n nevenactiviteit hard nodig om hun gezin de moeilijke wintertijd door te helpen.


Iedereen in de dorp had namelijk manden nodig. Kleine mandjes om thuis te gebruiken, maar ook grote manden om bij het aardappelrooien te gebruiken of als er appelen en peren moesten worden geoogst. En uiteraard had je een flinke korf nodig om turf en brandhout de boerderij binnen te halen. Een van de profijtelijke aspecten van het werk van de mandenmaker was dat zijn producten niet het eeuwige leven hadden. Geen probleem, er stonden genoeg wilgen in de buurt en wat extra inkomsten kon hij natuurlijk prima gebruiken…


Nog steeds werken er ambachtslieden in de Hondsrugdorpen. Vakmensen met twee rechterhanden die hun klanten maatwerk leveren.


De Hondsrug UNESCO Global Geopark wil meer aandacht voor het ambacht. Je vindt de ambachtslieden van de Hondsrug op www.dehondsrug.nl/ambachtmakelaar.