Arie Fonk:
Arie Fonk: (Foto: Henry Koops)

Arie Fonk: ‘Gemeentepolitiek is leuker dan provinciale’

Algemeen

ROLDE – Een markant gemeenteraadslid neemt afscheid van de politiek. Na twee perioden in de Provinciale Staten van Drenthe en vier perioden in de gemeenteraad van Aa en Hunze doet Arie Fonk, het 77-jarige D66-raadslid met de alpinopet, een stapje terug.

Arie Fonk was al elf jaar slapend lid van de VVD toen hij benaderd werd door zijn partij om een rol te spelen in Provinciale Staten. „Ik ging één à twee keer per jaar naar een ledenvergadering van de VVD. En daar werd mij bevestigd dat de politiek niets voor mij was. Het werd anders toen ik betrokken raakte bij de Kunstronde van Drenthe. Met een budget van 1,2 miljoen werden in 22 gemeenten uniforme sokkels geplaatst. De objecten rouleerden elke drie maanden door de provincie. Koningin Beatrix kwam het openen. Er was veel media-aandacht voor, aandacht die op mij afstraalde. Sipke Swierstra dacht toen dat ik voor de VVD iets kon betekenen; iemand die goed kon organiseren en praten. Ik heb wel geëist dat ik als nieuwkomer hoog op de lijst zou komen, met een portefeuille die mij aansprak en met mensen met wie ik graag wilde samenwerken. En zo is het gegaan.”

Fonk zat vervolgens twee perioden voor de VVD in Provinciale Staten. „Ik dacht dat het bij de provincie allemaal mooier was; abstracter, groter, interessanter en dat het daar over de grote dingen ging. Na vier perioden in de gemeenteraad weet ik beter. De gemeentepolitiek is leuker. Het is dichterbij en je kunt veel directer aansturen. Je kunt dingen regelen in je directe omgeving, daar is ruimte voor. Dat maakt gemeentepolitiek interessanter.”

Na 2007 was er een politieke luwte in de carrière van de beeldend kunstenaar uit Rolde. „Ik ben liberaal, maar miste bij de VVD een beetje het sociale aspect. Dat vond ik wel bij D66. Ik werd benaderd om de slapende afdeling van D66 nieuw leven in te blazen. Tijdens een buurtbarbecue kwam ik erachter dat mijn buurvrouw Ans Jacobs hetzelfde gedachtegoed had. Samen zijn we erin gestapt. Er was nog budget. Later is Rob Geudeker erbij gekomen en hebben we de partij weer op de kaart gezet. In 2010 werd ik voor D66 in de gemeenteraad van Aa en Hunze gekozen.”

Dat hield hij vier raadsperioden vol. Over zijn successen is hij snel uitgesproken. „Ik kan wel vijf kantjes bedenken van dingen die ik niet bereikt heb en misschien twee regels van zaken die wel succesvol waren. Succes kent vele eigenaars, maar als ze je het niet gunnen, dan krijg je het niet voor elkaar. Daardoor moet je niet verbitterd raken. Dat heb ik onder meer van VVD’er Jan van Heukelum geleerd. Hij leerde mij de techniek van de politiek. Vooral om een beetje ondeugend te zijn. Breng het met humor en vreet je niet vast in de materie. Als je boven een onderwerp blijft hangen, kun je je verlies ook beter nemen. En vooral: niet verbitterd raken.”

Volgens Fonk bepaalt de bestuurscultuur hoeveel ruimte je krijgt en welke successen je behaalt. „Met Relus ter Beek (Commissaris van de Koningin van 1995-2008, red.) kon ik lezen en schrijven. Als Relus het plan aansprak, kreeg je alle ruimte om dit te ontwikkelen. Bij Eric van Oosterhout (burgemeester van Aa en Hunze van 2007-2017, red.) was het anders. Als Eric enthousiast raakte, was hij in staat het hele plan over te nemen. Zoals bij het idee voor de zoutkoepel bij Schoonloo. De aandacht daarvoor was wat naar de achtergrond geraakt. Ik ben nog altijd bang dat ze de koepel gaan gebruiken voor de opslag van kernafval. De koepel ligt twintig meter onder de grond; je zou er een geweldige toeristische trekpleister van kunnen maken. Er zijn opties genoeg: een concertzaal, een labyrint waarin je het archeologische verhaal van Drenthe laat zien, met een zoutwaterspa. Eric zag er wel wat in en vormde een heel team om het plan te ontwikkelen. Het is echter niet van de grond gekomen. Anno Wietze, onze huidige burgemeester, is wat behoudender.”

Als Fonk toch die twee succregels moet invullen, dan komt de Eems Dollard Regio naar boven. „We hebben het netwerk van de EDR weer nieuw leven ingeblazen. Daar draait het om Europees geld. En D’r uut heb ik op poten gezet. Dan gingen we met de raadsleden op excursie om elkaars ervaringen te delen. Dat deed ik in de Staten ook al in het Genootschap van de Rechte Lijn; dan liepen we met de statenleden van de Magnuskerk in Anloo in een rechte lijn naar Boerderij Kamps in Rolde. Onderweg werden ze door vertegenwoordigers van bijvoorbeeld de jacht, de landbouw en het waterschap geïnformeerd. Ze konden de informatie in de bijpassende omgeving tot zich nemen. En de Spiekeriek was niet alleen mijn idee als variant op de oude Saksische wensbomen als de Breukenboom in Yde, ik heb hem ook zelf gezocht en gemaakt. Een soort politiek kunst/communicatie-project. Daarnaast heb ik een andere manier van denken geïntroduceerd. Ik heb tweemaal getracht om tijdens een zittingsperiode voor een warme overdracht van mijn fractievoorzitterschap te zorgen. Daar werd vreemd tegenaan gekeken: je draagt niet zomaar de macht over. Met Ans Jacobs is dat niet gelukt. Zij was er niet klaar voor en ik moest terugkomen. Met Marita de Groot is het prima gegaan en ik kan het nu met een gerust hart aan haar overlaten.”

Fonk kijkt met veel plezier terug op vier raadsperioden in Aa en Hunze. „Ik heb het met plezier gedaan. Politiek moet je met humor bedrijven. Misschien deed ik dat met mijn humor, die niet door iedereen begrepen werd, maar met humor houd je de politiek een beetje leuk en spannend. Ik deed soms een spelletje met de raad met woordspelingen: wetenschappelijk/schetenwappelijk, droge hukspuit, om de klaverhap, schaterwappen. Die woorden gebruikte ik regelmatig om te kijken of het ook opviel voor scherpe luisteraars. Maar de politiek kent ook spanningsvelden. Aa en Hunze kent diverse doelgroepen met allemaal eigen belangen, zoals de landbouw, de recreatie en de natuur. Het is zaak om al die belangen samen te brengen. En dat valt niet altijd mee. Ook in de raad komt dat voor. Ik heb mijzelf nooit laten lenen om wensen van derden in te vullen.”

De D66’er schuwde het niet om zijn visie met de raad te delen. Zo was hij een groot pleitbezorger van het idee om van het Balloërveld weer een militair oefenterrein te maken. „Sinds defensie daar weg is, zijn er veel planten, vogels en andere dieren verdwenen. Staatsbosbeheer heeft de bossingels verwijderd; dat waren juist de schuilplaatsen voor de dieren. Militairen hebben die dekking ook nodig. Ook de waterhuishouding is veranderd. Met de terugkeer van defensie sla je twee vliegen in één klap. De verdwenen vegetatie en dieren kunnen terugkeren en defensie kan met kleine voertuigen en helikopters oefenen. De recreatieve functie van het terrein kan ook blijven bestaan. Dat had ik graag nog willen realiseren. En als je het over de geopolitieke situatie in de wereld hebt, is burgerweerbaarheid ook een thema waar we veel aandacht voor hebben gevraagd en dat nog niet van de grond is gekomen. De gemeente moet zich daar beter op voorbereiden. Het is meer dan aansluiten bij landelijke campagnes. Je moet ervoor zorgen dat je weet bij wie je moet zijn om hulp te bieden en wie juist hulp nodig heeft. Dat moet je vastleggen voordat de hel losbarst. Als mensen niet weten wat ze moeten doen en er geen voedsel meer beschikbaar is, breekt binnen drie dagen anarchie uit. Bereid je daarop voor.”

Fonk vindt het jammer dat je tegenwoordig niet alles meer kunt zeggen in de gemeenteraad. „Ik ben een flapuit. Maar alles wat je zegt, kan je persoonlijk aangerekend worden. Daar kun je weerslag van ondervinden. Tegenwoordig is er geen respect meer voor instituties. Er is geen aanzien meer voor een raadslid. Als je op een verjaardag aangeeft dat je in de gemeenteraad zit, dan vragen ze waar het mis is gegaan. Terwijl we er wel zitten als volksvertegenwoordigers.”

Het zal voor het afscheidnemende raadslid toch wennen zijn als hij niet meer in de raadszaal vertegenwoordigd is. „In het begin zal ik vast wel denken: daar had ik graag nog mijn zegje over gedaan.” Fonk is niet bang dat hij zich gaat vervelen. „Ik krijg meer tijd om met mijn zelfgemaakte wandelstokken aan de slag te gaan. Ik ga lezingen geven. En er staan nog wat grote kunstprojecten op stapel. Ik zit vol ideeën. Ik moet ervoor waken dat ik niet struikel over mijn ideeën en plannen en erin verstik. Mijn pa was een echte Drent en gaf niet veel complimenten. Eén keer merkte hij op: mijn zoon heeft ideeën als een geit keutels. Dat vond ik een geweldig compliment”, besluit Fonk lachend.