
Asielzoekers nacht opgevangen in sporthal De Goorns in Gieten
AlgemeenGIETEN - Rond de 100 asielzoekers zullen vannacht in sporthal De Goorns in Gieten overnachten. Jaap Velema, de burgemeester van Westerwolde, heeft de gemeente Aa en Hunze gisteravond gevraagd om tijdelijke noodopvang beschikbaar te stellen. Deze mensen dreigden anders buiten te moeten slapen bij het aanmeldcentrum in Ter Apel.
Door Henry Koops
Het verzoek kwam tijdens de raadsvergadering binnen. Hierin gaf burgemeester Anno Wietze Hiemstra eerder aan dat de gemeente Aa en Hunze bereid is om een noodopvanglocatie in te richten, maar dat het verzoek van de gemeente Westerwolde er nog niet was. Dat verzoek kwam even later wel binnen.
“Als gemeente vinden we het belangrijk dat mensen niet buiten hoeven te overnachten. Daarom hebben we besloten de sporthal beschikbaar te stellen”, aldus de burgemeester.
De groep kwam in de loop van de avond met enkele bussen aan in Gieten. Vrijwilligers van het Rode Kruis en medewerkers van de gemeente Aa en Hunze stelden samen 100 veldbedjes op in de sporthal. Deze werden voorzien van een kussen, een deken en een hygiënepakketje. De vrijwilligers zijn uit het hele land naar Gieten gekomen. Ook burgemeester Jaap Velema was naar Gieten gekomen en stak de handen uit de mouwen. “Nee, dat doe ik niet elke keer. Maar het is jammer dat het nodig is. Dit duurt nu al jaren en vanuit Den Haag komt maar geen oplossing. We lopen voortdurend achter de feiten aan. Dit moet snel stoppen”, zegt hij terwijl hij nog een veldbedje klaarzet.
De honderd bedjes staan net in mooie rijen opgesteld als de eerste vluchtelingen de sporthal betreden. Snel worden de bedjes opgezocht en het duurt maar even of de bedden staan langs de muren of worden bij elkaar gezet. De mooie rijen zijn verdwenen. Sommigen gaan samen zitten kletsen, anderen gaan op het veldbed liggen en kruipen onder de deken. Stopcontacten worden opgezocht om telefoons op te laden. Anderen zitten te bellen. En de hygiënepakketjes worden geïnspecteerd.
Een groepje Palestijnen heeft de bedjes tegen de tribune van de sporthal geschoven. Ze bieden mij chocoladekoekjes en Tucjes aan; weigeren is er niet bij. Slechts een van hen spreekt Engels. Hij was de avond ervoor ook in Stadskanaal geweest. “Het is de tweede nacht dat ik in een sporthal verblijf. Van een land als Nederland had ik toch meer gastvrijheid verwacht. We waren gisteren met enkele tientallen. Vannacht zijn we met honderd. Met hoeveel zullen we morgen zijn, een paar honderd? Er zal toch snel een oplossing moeten komen. Morgenvroeg gaan we terug naar Ter Apel. Ik hoop dat ik me morgen kan laten registreren. Maar zeker is dat niet. We moeten afwachten of er een oplossing komt.”
Een vrijwilliger van het Rode Kruis staat buiten een sigaretje te roken. Ze is de hele dag al in touw geweest in Ter Apel. “Het is niet helemaal zo schrijnend als in de media geschetst wordt. Het ging er gemoedelijk aan toe. We hebben broodjes uitgedeeld. En je maakt een praatje. En je biedt een luisterend oor. Dat is het enige wat je kunt doen. Ik ben toen mijn dienst erop zat even naar huis geweest om te douchen, toen de pieper ging. Je krijgt de vraag of je beschikbaar bent. Je kunt nee zeggen, maar je bent niet voor niets vrijwilliger van het Rode Kruis geworden. Ik kan dan niet weigeren om hier de helpende hand te bieden. Ik denk dat ik mijn volgende dienst morgenvroeg echter niet ga halen”, zegt ze terwijl ze de sporthal weer in loopt om de nacht daar door te brengen en de vluchtelingen tot steun te zijn tot ze morgen weer in de bus naar Ter Apel gaan. “Ze klagen wel, maar ze zijn hier echt wel blij mee, want het is beter dan buiten slapen”, zegt ze nog.
.














