Oekraïense vluchtelingen gebruiken de lunch op Opvangcentrum Papenvoort. (Foto's en tekst: Henry Koops)
Oekraïense vluchtelingen gebruiken de lunch op Opvangcentrum Papenvoort. (Foto's en tekst: Henry Koops)

‘We moeten ze niet zien als slachtoffer’

Algemeen

PAPENVOORT - Het opvangcentrum voor Oekraïense vluchtelingen draait nu meer dan een jaar. In de voormalige panden van Yorneo worden de mensen opgevangen die de wreedheden van de oorlog meemaakten. Het opvangcentrum biedt nu ruimte voor 200 vluchtelingen. Er zijn zeven gebouwen beschikbaar waar mensen kunnen verblijven. In drie gebouwen kunnen de gezinnen met hun huisdieren verblijven. Het zijn vooral vrouwen en kinderen die in Papenvoort worden opgevangen. De komende maanden zal het opvangcentrum verder worden uitgebreid. Zo komen er extra woonverblijven en wordt er een soort dorpshuis ingericht.

Door Henry Koops

Bert de Groote is locatiemanager van het opvangcentrum in Papenvoort. ,,De problemen van het begin zijn inmiddels uitgekristalliseerd. Toen de eerste Oekraïense vluchtelingen hier kwamen moesten de papieren in orde worden gemaakt. Ze werden toen van het kastje naar de muur gestuurd. Ze moesten een Burgerservicenummer (BSN) aanvragen. Hiervoor waren ze een bankrekening nodig. Daarvoor moesten ze een paspoort hebben. Voor een paspoort moesten ze naar Den Haag. Voor het reizen met het openbaar ben je weer een bankrekening nodig. Dus uiteindelijk kwamen ze nergens. We hebben afspraken met banken gemaakt om dit praktisch op te lossen, maar dat heeft in het begin heel veel tijd gekost.”

De medewerkers en vrijwilligers moesten in het begin zelf ook veel zaken uitzoeken. Dat is na een jaar wel veranderd. De vragen zijn anders geworden. Meer van praktische aard.” Een Oekraïense vrouw klopt aan en vraagt of de locatiemanager haar kan helpen. De communicatie gaat via een vertaalapp. Het gaat niet helemaal vlekkeloos. Volgens de app is ze op zoek naar een koninkrijk. De Groote door schade en schande wijs geworden weet dat ze het adres van een uitzendbureau zoekt. ,,De mensen spreken of Russisch of Oekraïens. Een enkeling spreekt een beetje Engels. In het begin zorgde de app voor de nodige communicatieproblemen. Dan vroegen ze of de badkamer al klaar was. Ik weet dat we druk aan het verbouwen zijn, maar badkamers zijn daar geen onderdeel van. De app vertaalde BSN-nummer in badkamer.”

Zo komen we automatisch uit bij de huisvesting van de vluchtelingen. Ze delen een kamertje met het hele gezin. De andere voorzieningen moeten ze delen met anderen. ,,In veel gevallen zijn het vrouwen met kinderen. In enkele gevallen zijn er mannen bij. De mannen ouder dan 17 jaar komen moeilijk het land uit omdat ze mee moeten vechten. Ze vluchten als ze ziek zijn of in andere omstandigheden komen waardoor ze niet kunnen vechten. Sommige mannen die voordat de oorlog uitbrak in Polen werkten en besloten om niet naar Oekraïne terug te keren, zijn in problemen gekomen met de IND. Ze verbleven in een veilig land en hebben daarom geen recht op een verblijfsvergunning, terwijl ze toch slachtoffer zijn van de oorlog.”

Opa en oma’s en schoonouders komen vaak later over als het toch te onveilig blijkt te zijn. ,,Veel ouderen vinden het eng om naar een vreemd land te vluchten. Zolang de bombardementen op afstand blijven vinden ze dat ze veilig zitten. De mensen die hier zitten zijn bang dat het misgaat en maken zich zorgen. Als het oorlogsgeweld dan toch erg dichtbij komt, besluiten sommige ouderen alsnog om hierheen te komen. Een oma is overgekomen, omdat haar ziekenhuis in Oekraïne was gebombardeerd. Ze heeft kanker en ze kan hier de behandeling voortzetten.”

Volgens De Groote zitten ze in Papenvoort in een luxepositie. ,,Hier zitten ze met familie in één ruimte. Ik ken andere opvangcentra waar ze ook met vreemden op een kamer moeten. Maar ook hier zijn er natuurlijk wel eens onderlinge spanningen. Dat is logisch als mensen dicht op elkaar zitten. Een moeder met twee dochters van 4 en 17 jaar. De jongste wil spelen, de andere pubert en heeft privacy nodig. En de moeder zit ertussenin. Onze taak is om dat een beetje te masseren om de boel rustig te houden, zover dat mogelijk is”, aldus De Groote die veel ervaring heeft in de opvang. ,,Mensen zijn mensen. Problemen ontstaan als mensen zeven dagen in de week 24 uur per dag bij elkaar zijn. Wij moeten preventief handelen om escalaties te voorkomen.”

De vluchtelingen zitten in verschillende huizen die allemaal een eigen sfeer hebben. ,,De eerste vluchtelingen kwamen uit het onveilige oosten. Later kwamen daar mensen uit andere delen bij omdat het hele land inmiddels onveilig is. Het zijn mensen uit de stad en van het platteland. En ook van verschillende opleidingsniveaus. Dat er naast Oekraïens ook Russisch wordt gesproken is geen probleem, dat is historisch zo gegroeid. Een enkele patriottische Oekraïners hebben moeite met het Russisch, maar het is hier geen issue. Sommige leren snel Nederlands.”

Dat de vluchtelingen snel de Nederlandse taal oppakken komt doordat veel van hen aan het werk zijn. ,,Ze werken in de schoonmaak, in de horeca en in de groenvoorziening bij de gemeente. Naast het werk doen ze boodschappen, dat is een klus op zich. We zitten hier niet vlak bij een winkelcentrum en er komt niet iedere tien minuten een bus voorbij. Het vervoer werd in het begin door vrijwilligers verzorgd. Daar wordt steeds minder een beroep opgedaan. Ze hebben eigen vervoer of redden zichzelf. Ook helpen ze elkaar. Ze worden steeds minder afhankelijk. We hebben inmiddels een busje die kan gebruikt worden voor spoedgevallen.”

De Groote roemt wel de inzet van de vele vrijwilligers. ,,Ze helpen met Nederlandse lessen, repareren fietsen en geven digitale ondersteuning. Ook bij verhuizingen helpen ze mee. Sommigen doen het structureel en andere komen alleen om te helpen bij speciale klussen.”

De bewoners onderhouden zelf de woonverblijven en koken veel. ,,Ze maken de heerlijkste gerechten en hapjes. Op die manier willen ze iets terug doen. We kunnen de hele dag van die lekkere dingen smullen, maar als we niet oppassen groeien we helemaal dicht”, lacht de locatiemanager. ,,We moeten hen ook niet zien als slachtoffer. Hoewel ze huis en haard achtergelaten hebben en de meest verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt. Ik heb de beelden gezien. Een Oekraïense vrouw liet me huilend een filmpje zien van haar huis dat was gebombardeerd. Dat kwam wel even binnen. Maar zij durfden alles achter te laten. Ze kunnen van alles zelf en laten dat zien om aan het werk te gaan en elkaar te helpen. Ondanks de verschrikkelijke dingen die ze mee hebben gemaakt, zien ze ook de positieve kanten van het leven en hebben ze zelfs af en toe plezier met elkaar.

.”

De vluchtelingen maken het huiselijk op de opvanglocatie in Papenvoort