
Blij met erkenning voor betere schadeafhandeling Ekehaar
AlgemeenEKEHAAR – “Melders van mijnbouwschade overal in Nederland zouden toegang moeten hebben tot een milde, makkelijke en menselijke schadeafhandeling,” concludeert de Commissie Mijnbouwschade in haar verslag over de afhandeling van de schademeldingen in Ekehaar en Hooghalen. De commissie stelt aanpassingen van de regeling voor en is van mening dat, als deze worden ingevoerd, deze uiteraard ook – met terugwerkende kracht – voor de schademelders in Ekehaar en Hooghalen moeten gelden.
Ekehaar en Hooghalen werden in oktober 2023 opgeschrikt door drie aardbevingen. De zwaarste beving had een kracht van 2,2 op de schaal van Richter. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) verklaarde dat de bevingen zijn veroorzaakt door de drukdaling die de jarenlange gaswinning in het gasveld Eleveld heeft veroorzaakt. De bevingen zijn dus – via de gaswinning – door menselijk handelen veroorzaakt en worden daarom ‘geïnduceerde bevingen’ genoemd. Omdat Ekehaar en Hooghalen buiten het werkingsgebied van het Groningenveld liggen, was de Commissie Mijnbouwschade de bevoegde instantie om schademeldingen in behandeling te nemen.
De Commissie Mijnbouwschade ontving in de periode vanaf de bevingen tot eind 2024 67 meldingen van schade aan gebouwen in het gebied. Voor al deze schademeldingen heeft de commissie in 2024 en 2025 uitgebreid onderzoek gedaan naar de oorzaak van de schade en het verband met mijnbouwactiviteiten. In 29 gevallen hebben de commissieleden geconstateerd dat er inderdaad sprake was van mijnbouwschade en zijn de kosten van herstel hiervan berekend. De schade gerelateerd aan mijnbouw bedroeg in totaal ruim 80.000 euro. De NAM is verplicht om deze schade te vergoeden.
Het ingeschakelde onderzoeksbureau heeft vooral schade in de vorm van scheuren in metselwerk en afwerkingsmaterialen of naden tussen verschillende bouwdelen aangetroffen. Het ging bijna altijd om bestaande schade die door de bevingen was verergerd. Een punt van aandacht is volgens de commissie de hoge onderzoekskosten. De kosten van het onderzoek bedroegen 443.000 euro, waarvan 242.000 euro voor rekening van de NAM kwam. De overige 200.000 euro werden uit publieke middelen betaald. Daartegenover staat dat er 80.000 euro aan schadevergoedingen voor rekening van de NAM is toegekend.
De commissie geeft aan dat de geadviseerde vergoedingen in Ekehaar en Hooghalen binnen de wettelijke kaders zijn vergoed. Daarmee sluiten zowel de regelgeving als de door de commissie gehanteerde werkwijze aan bij de doelstellingen die bij de instelling in 2020 zijn geformuleerd: het kosteloos en voortvarend vergoeden van mijnbouwschade, ook buiten de invloedsfeer van het Groningenveld. De commissie constateert dat het belangrijk is op te merken dat bij de afhandeling van de schademeldingen in Ekehaar en Hooghalen de toepassing van het bewijsvermoeden niet tot andere uitkomsten had geleid. Volgens de commissie zou dit niet hebben geleid tot het vaker toekennen van een vergoeding en ook niet tot hogere vergoedingen.
De commissie heeft in de meeste gevallen wel een ruimere schadevergoeding toegekend dan door het onderzoeksbureau was geadviseerd. Per adres gaat het om vergoedingen tussen de 537 en 16.178 euro. Een deel van de schademelders was volgens de commissie tevreden, andere schademelders niet. De commissie signaleert dat de regeling daarmee niet voldoet aan de verwachtingen van de schademelders en de regio. Zo zijn de vergoedingen niet voldoende om de mijnbouwgerelateerde schade te herstellen en is er onvrede dat het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) ruimere schadevergoedingen toekent. De commissie zou graag zien dat mijnbouwschade volledig kan worden vergoed, ook als die gedeeltelijk een andere oorzaak heeft. Ook zou de schadevergoeding voldoende moeten zijn om de gehele ruimte op te knappen, zoals het geval is bij de IMG-regeling. Uiteraard zou dit met terugwerkende kracht moeten gelden voor de meldingen die gedaan zijn in Ekehaar en Hooghalen.
Aa en Hunze
Het verslag door de Commissie Mijnbouwschade betekent volgens de gemeente Aa en Hunze een belangrijk kantelpunt. De gemeente is blij met het advies om inwoners van Ekehaar alsnog volledig te compenseren voor schade als gevolg van de aardbevingen, ook met terugwerkende kracht. Burgemeester Anno Wietze Hiemstra: “Dit rapport voelt als erkenning voor inwoners van Ekehaar. Het bevestigt wat zij, en wij als gemeente, al langere tijd zeggen: de regeling schoot tekort. Het is goed en belangrijk dat de commissie dit nu zelf ook concludeert en pleit voor volledige compensatie.”
Het verslag is voor de gemeente een belangrijke eerste stap richting een schadeafhandeling die milder, menselijker en makkelijker is voor inwoners. Op korte termijn wordt daarnaast een onafhankelijk evaluatierapport verwacht, gevolgd door een Kamerbrief van de minister over de situatie in Ekehaar. De gemeente hoopt dat deze lijn wordt doorgezet en leidt tot een schadeafhandeling die voor inwoners daadwerkelijk milder, menselijker en makkelijker wordt. “Wij blijven dit proces positief kritisch volgen,” aldus Hiemstra.
Op twee punten uit het verslag blijft de gemeente kritisch. Zo stelt de commissie dat het logisch is dat er verschillen bestaan tussen regelingen in het Groningse aardbevingsgebied, dat op slechts enkele kilometers van Ekehaar ligt, en andere gebieden in Nederland. Die redenering deelt de gemeente Aa en Hunze niet. “Of je nu in Groningen, Drenthe of Limburg woont: als schade is veroorzaakt of verergerd door mijnbouwactiviteiten, moet die altijd volledig en ruimhartig worden gecompenseerd,” aldus Hiemstra. “Dat mag niet afhangen van een postcode.”
Daarnaast zet de gemeente vraagtekens bij de mate waarin diepgaand en gedetailleerd onderzoek is gedaan, met hoge onderzoeks- en advieskosten tot gevolg ten opzichte van veel lagere schadevergoedingen. “Dit had vooraf beter georganiseerd kunnen worden,” zegt Hiemstra. “Met minder bureaucratie en meer focus op daadwerkelijk herstel.”
Dorpsbelangen De Broekstreek
Martijn Marree van Dorpsbelangen De Broekstreek is blij dat de Commissie Mijnbouwschade tot dezelfde conclusie is gekomen als de inwoners van de Broekstreek. “Na de Ombudsman komt de commissie tot het inzicht dat het anders had gemoeten, maar het is nu aan de politiek. Ik hoop dat dit helpt om de politiek tot andere gedachten te brengen en de regeling gaat aanpassen, en dat het inderdaad gaat gelden met terugwerkende kracht voor onze inwoners,” zegt Marree. “Het is een mooi resultaat van de vasthoudendheid van de inwoners en de inzet van de lokale bestuurders. Het is nu afwachten, maar wij blijven het proces met belangstelling volgen.”







