
Bertus Reinders: ‘We kunnen niet alles doen’
AlgemeenGROLLOO – Bertus Reinders neemt na zestien jaar afscheid van de gemeenteraad van Aa en Hunze. De inwoner van Grolloo heeft er dan vier bestuursperioden opzitten.
De inwoner van Grolloo heeft het besturen in het bloed. “Mijn vader zat al in de raad van de voormalige gemeente Rolde. Het is mij met de paplepel ingegoten. Ik heb in veel besturen van verenigingen gezeten. Maar ik ben uiteindelijk door Hendrikus Schrotenboer in de gemeentepolitiek beland. Ik zat net als Hendrikus daarvoor in Dorpsbelangen. We gingen dus veel met elkaar om. Het gedachtengoed van Dorpsbelangen komt overeen met dat van Gemeentebelangen, dus Hendrikus vond dat ik het wel zou kunnen om in de politiek te gaan. En hij vond dat, als hij zou stoppen, er wel iemand uit Grolloo voor Gemeentebelangen in de raad moest zitten”, blikt de inwoner van Grolloo terug.
“Hendrikus verzocht mij eerst mee te draaien in de schaduwfractie. Dat heb ik 2,5 jaar gedaan voordat ik op de lijst kwam. Voor dorpsbelangen ging ik regelmatig naar het gemeentehuis met Henk Zeelenberg. Daar zei men: Daar staat dat busje van Dorpsbelangen Grolloo ook weer. Voordeel was dat ik vertrouwd raakte met de terminologie van de gemeentepolitiek. Toen had je nog geen trainingen en cursussen om je voor te bereiden op de gemeentepolitiek.”
Reinders kwam bij de eerste verkiezingen in 2010 niet direct in de raad, maar omdat Jur Wiersum doorschoof naar de functie van wethouder, kwam er voor hem een plekje vrij. “Voor mij stond voorop dat ik als volksvertegenwoordiger aan de slag wilde. Bij Dorpsbelangen Grolloo had ik al meegekregen dat het algemeen belang vóór het persoonlijk belang gaat. Doe je dat niet, dan levert dat in het dorp problemen op. Je moet ook vooral normaal blijven doen. Dat betekent dat je normaal taalgebruik moet hanteren om duidelijk over te komen. En wie mij kent, weet dat ik wars ben van afkortingen.”
Als Gemeentebelangen hebben we ons altijd sterk gemaakt voor de dorpshuizen. “Ik vind het geweldig om te zien hoe dorpshuizen in de gemeente draaien. Men heeft het goed voor elkaar. De charme die de grote club vrijwilligers uitstraalt, laat de kracht van de gemeenschap zien. Het zijn wel vaak dezelfde mensen, dat is een zorg, maar het is wel erg dankbaar werk.”
De recreatiewoningen aan de Zeegserweg in Schipborg zijn ook iets waar ik samen met Rikus Harms, Nanno Pul en Henk Heijerman veel tijd aan heb besteed. Het is jammer dat we daar nog steeds geen doorbraak in hebben kunnen bereiken. In de eerste jaren heb ik samen met Kiki Nanninga de sociale dossiers op mij genomen. Daar zit nu een ander team op.
De laatste jaren heb ik mij meer met de financiën bemoeid. Dat was ik vanuit het bedrijfsleven gewend, maar gemeentelijke financiën zijn toch heel anders. Het gaat immers om gemeenschapsgeld. Onze inzet was altijd om de lasten voor de inwoners laag te houden. Daar zijn we goed in geslaagd. Nationaal gezien staan we daarmee hoog genoteerd. Dan is er ruimte voor wat je wilt besteden. En wil je meer vragen, dan moet je duidelijk aangeven waar je dat aan wilt besteden. Ook moet je je als gemeente afvragen hoe groot je de algemene reserve wilt hebben. Als je te goed in de slappe was zit, kan Den Haag zeggen: Daar in Aa en Hunze gaat het goed, daar hoeft minder geld naartoe. Dan kun je beter goede dingen met het geld doen.”
Reinders maakt zich ook zorgen over hoe Staatsbosbeheer en de gemeente de situatie bij de Zwatte in Schoonloo behandelen. Hier zullen de weg en fietspad minder toegankelijk worden. “Daar kunnen we niet genoeg doen. Het gaat wel om de belangen van de inwoners van de gemeente Aa en Hunze.”
Het raadslid uit Grolloo maakte verschillende samenstellingen van de raad en colleges mee. “Ik mocht tien jaar fractievoorzitter zijn, dat paste wel bij mij. Maar wat mij het meest bijblijft, is mijn rol als voorzitter van de vertrouwenscommissie. Dat heb ik met plezier gedaan en daar heb ik veel van geleerd. Bijvoorbeeld in de omgang met de pers: wat kun je wel en wat kun je niet zeggen. Daar heb ik veel baat bij gehad in mijn rol als coördinator van de noodopvang in Veenhuizen voor de gemeente Noordenveld. Dat gaat je wat gemakkelijker af, net als de contacten met en de rollen van de burgemeester, de ambtenaren en de politiek. Door de ervaring die ik had opgedaan, weet je welke wegen je moet bewandelen om ergens te komen. En in het geval van burgemeesterskeuze leer je hoe je je soms in mensen kunt vergissen. Wij hadden Piet van Dijk als vertrouwenscommissie wel voorgedragen. Door mijn rol als voorzitter had ik veel contacten met Jetta Klijnsma, de commissaris van de Koning. Dat contact verliep erg goed; je kon altijd bij haar terecht als we haar nodig hadden. Daarom ben ik ook naar haar afscheid gegaan.”
Door zijn activiteiten en contacten had Reinders een uitgebreid netwerk. Naast zijn raadswerk en inzet voor Gemeentebelangen was hij ook provinciaal actief voor Sterk Lokaal Drenthe. “Als je netwerk groot is, gaat het je allemaal wat gemakkelijker af. Je komt makkelijker bij mensen binnen, en dat voor iemand die van huis uit verlegen is. Het geeft je veel zelfvertrouwen als het dan ook lukt.”
De Grolloër is de laatste tijd wat meer met zijn handen gaan werken in plaats van met zijn hoofd. “Ik ben flink aan het klussen en daar kan ik de komende tijd wel mee vooruit. Naast privéklussen steek ik ook de handen uit de mouwen in het dorpshuis. En de dorpscoördinator weet mij ook te vinden. Bij een inwoner een sleutelkastje ophangen of de wifi installeren: voor een kop koffie doen we heel veel. Het mooie daarvan is dat je de dankbaarheid van de mensen leert waarderen. Het draait niet alleen om geld. Ook een stukje dankbaarheid kan mij gelukkig maken. Als je maar lol hebt in wat je doet.”
Dat had Reinders ook in het raadswerk. “Als je op die zestien jaar terugkijkt, is het niks. Het is zomaar voorbij. Het was best inspannend: 16 tot 24 uur per week, naast een baan die ook meer dan 40 uur in beslag nam. Als je plezier hebt, gaat dat je gemakkelijk af. Het kost geen moeite. Er moest voor mij wel een stukje ambitie en uitdaging in zitten. En ik heb heel veel geleerd. Maar na zestien jaar is het ook mooi geweest. Ik kom op een punt dat ik moeite krijg om mijn buurman uit te leggen dat we tonnen uitgeven om vleermuizen te laten verhuizen. Of hoe je verkoopt dat er wel bouwgrond is en de hele wereld schreeuwt om woningen, maar dat we niet kunnen bouwen door stikstof. En dat we moeten zeggen: dat is een zaak van de provincie, daar gaan we niet over, terwijl het wel het leefgebied van de inwoners raakt. Ons is juist geleerd verantwoordelijkheid te nemen voor die inwoner. Ik weet dat we niet alles kunnen doen, maar ik zit wel zo in elkaar dat ik graag alles zou willen doen.”







