Jaap Boekholt:
Jaap Boekholt: (Foto: De Volmacht)

Jaap Boekholt: ‘We doen het als kleine corporatie best goed’

Algemeen

GIETEN – Zijn kantoor is al versierd en wijst erop dat het pensioen naderbij komt. Jaap Boekholt, directeur-bestuurder van Woningstichting De Volmacht kan nog niet echt aan het idee wennen. ,,De afscheidsfeestjes worden gehouden, maar officieel ga ik 1 augustus met pensioen. Jeroen Bakker is met ingang van 1 juli de nieuwe directeur-bestuurder. We nemen nog een maand de tijd voor een warme overdracht.”

Jaap Boekholt is 19 jaar directeur-bestuurder geweest van De Volmacht. ,,In die tijd is er veel veranderd, maar eigenlijk ook weer niet zoveel. Bij mijn aanstelling was er sprake van een krimpregio en zaten we vlak voor een financiële crisis. De wereld lag er toen heel anders bij. De thema’s waar toen sprake van was, waren: Duurzaamheid en Betaalbaarheid. Die thema’s spelen nog steeds een hoofdrol, maar daar is Beschikbaarheid bijgekomen. Dat zijn de zaken waarmee we nu bezig zijn.” 

Van krimp naar woningnood betekent een andere insteek voor de woningstichting. In de begintijd van Boekholt werden dan ook eerder projecten afgeblazen dan opgestarte. ,,Nu gaat het veel meer om bouwen. Mooie voorbeelden zijn het project aan de Asserstraat in Gieten waar acht schuurwoningen en 17 levensloopbestendige woningen komen en de realisatie van twaalf woningen in Grolloo.”

De kanteling heeft invloed gehad op de visie van De Volmacht, maar Boekholt heeft niet de behoefte gehad om het volume van de organisatie te vergroten. ,,We zijn een kleine corporatie met 1500 woningen. Grotere organisaties zijn bezig geweest om hun schaal te vergroten. Wij zijn steeds dicht bij de klant gebleven. Ik heb bij een grotere corporatie in Friesland gewerkt, daar kwam je steeds verder van de mensen te staan. Wij weten veel van wat er in onze omgeving speelt. De huurders praten veel met de medewerkers. We zijn heel toegankelijk en onderhouden onze contacten. Dat vind ik zelf ook het mooiste. Alleen Eelde is kleiner, maar we doen het als kleine woningcorporatie best goed.”

De rol van directeur-bestuurder vond Boekholt soms lastig. ‘’Als directeur sta je met de poten in de klei en ben je praktisch bezig. Als bestuurder moet je boven de partijen hangen om een goede koers uit te zetten en te bewaken. De dubbelfunctie was soms een valkuil.”

Binnen de organisatie voelt Boekholt zich ook niet boven de partijen hangen. “We hebben een platte organisatie. Een team van vijftien man met allemaal duizendpoten. Dat is mooi om te zien. Medewerkers hoeven geen specialist te zijn, maar kunnen hun functie hier veel breder uitvoeren. Het is mooi als je met een medische klacht een specialist nodig hebt, maar je hebt toch ook de dorpsdokter nodig. Zo moet je ons functioneren ook zien.”

Volgens Boekholt hoef je als organisatie ook niet steeds het wiel uit te vinden. ‘Kijk naar de Chinezen, die zijn er goed in kopiëren en kijk wat het hen heeft gebracht. Je moet de goede dingen eruit pakken en weten waar je mee bezig bent. Bij ons is dat onze betrokkenheid bij de cliënt. Het goed doen voor de huurder. Dat is ook onze primaire taak: huisvesting regelen voor mensen die daar niet zelf in kunnen voorzien. Dat is een mooie taak”, zegt Boekholt. “We hebben goede contacten met de huurdersvereniging. Alleen hebben we verschillende belangen. De huurdersvereniging is bezig met wat er vandaag speelt en de stichting bewaakt de lange termijn. De horizon ligt anders. We hebben dezelfde visie, maar met een iets ander belang.”

Volgens Boekholt moet je als organisatie ook wendbaar zijn. “Kijk naar de energietransitie. Je kunt een contract afsluiten voor 30 jaar en daar dan aan vastzitten. Als de energiekoers waarop je dan hebt ingezet achterhaald is, wordt het contract een blok aan je been. We zijn voorzichtig geweest met plaatsen van zonnepanelen in verband met de salderingsregeling die eraan zit te komen. Je moet meebewegen met veranderingen. Als organisatie ben je steeds aan het aanpassen. Je moet voorkomen dat je stilstaat. Vanuit stilstand in beweging komen kost meer energie dan in beweging blijven. Je ziet het bij gemeenten: daar is enorm bezuinigd op de afdeling Bouwen. Nu de vraag naar woningen is gestegen, moeten zij weer in beweging komen. We hebben de laatste jaren dan ook maar een handjevol gronden gekregen van de gemeenten. We moeten het hebben van eigen investeringen en projectontwikkelaars die mee willen doen.”

De woningbehoefte in Drenthe balanceert volgens de directeur-bestuurder op een balans die beide kanten op kan slaan. “Als je mij vraagt of er grote tekorten zijn, dan zeg ik ja en nee. Natuurlijk is er woningnood, maar het gaat om kwalitatieve woningnood en niet om kwantitatieve woningnood. We hebben een lijst met woningzoekenden, maar men heeft een huis. Ook heeft men een eisenpakket waaraan de nieuwe woning moet voldoen. Voldoet de woning niet aan de eisen, dan wacht men op de volgende. De beleving in Drenthe is anders dan in het westen. Hier zoekt men een woning die aan de eisen voldoet en daar is men blij dat men een woning heeft.” 

De Volmacht heeft volgens Boekholt de laatste jaren ook veel meer met leefbaarheidsvraagstukken te maken. In het begin ging het voornamelijk om het toewijzen van woningen. Dat is voor een groot deel overgenomen door Thuiskompas. We willen met zijn allen graag dat mensen langer thuis blijven wonen. Dan kom je ook de randjes tegen. Medewerkers moeten dat begeleiden en corrigeren. Daar wordt tegenwoordig veel meer tijd aan besteed. In ons werkgebied gaat dat voornamelijk om leefbaarheidszaken, andere regio’s hebben ook te maken met criminaliteit.”

Boekholt kijkt met genoegen terug op projecten zoals de Wijk van de Toekomst, die bijna rond is, het project aan de Asserstraat in Gieten en de twaalf woningen die gerealiseerd zijn in Grolloo. “Ik had gehoopt dat we met de Asserstraat al verder zouden zijn en het mooie van Grolloo is dat het project samen met het dorp voor het dorp is. Waar ik ook erg trots op ben, is dat we als kleine organisatie hebben bewerkstelligd dat er circulair wordt gedacht. We moeten het doen met deze planeet en die zullen we samen moeten beschermen. Wij hebben het initiatief genomen voor het project Drenthe woont circulair. Bij onze sloop-, her- en nieuwbouwprojecten worden materialen hergebruikt. We hebben met het initiatief ervoor gezorgd dat dit ook bij de grotere corporaties tussen de oren kwam. Dat hebben we als kleine organisatie op de kaart gezet. En het is uitgelopen op een succes. We hebben een bijeenkomst gehad in de Nieuwe Kolk in Assen met 30 partijen die mee willen doen, waaronder een grote groep aannemers.” Het succes had ook een keerzijde. “We hadden iets op gang gebracht, bijna on-Drents zo groot, maar er werd voor de voortgang voornamelijk naar de corporaties gekeken. Het was net een sneeuwbal die tijdens het rollen steeds groter werd, waardoor we uiteindelijk bedolven werden onder het eigen succes. Daardoor konden we de verwachtingen niet meer waarmaken. Nu gaat iedereen voor zichzelf bezig om dit verder te ontwikkelen. Daar baal ik wel van.”

De directeur-bestuurder van Friese afkomst is de laatste jaren al bezig met afbouwen. “Ik heb bepaalde taken overgedragen. Dat was niet eenvoudig. Ik vind het lastig om taken uit handen te geven en mijn mond te houden. Ik heb het toch gedaan en heb het langzaam geleerd, maar het is niet altijd gelukt.” 

Boekholt gaat straks vanachter het bureau de steiger op. “Ik heb vier kinderen en die hebben ook allemaal wilde ideeën. Ik ga straks meer tijd besteden aan het verbouwen van huizen. En ik heb straks meer tijd voor mijn pony’s, schapen, kippen en duiven. Ik hou van dieren en de natuur. Maar ik hoef straks niets meer. Mijn vrouw vroeg mij laatst waar ik last van zou krijgen. Spierpijn, zei ik. Want ik ga van zittend werk naar fysiek werk.”