De atalanta is het meest gezien in de Tuinvlindertelling van 2024.
De atalanta is het meest gezien in de Tuinvlindertelling van 2024. (Foto"Vlinderstichting)

Minder vlinders gespot tijdens Vlindertelling

Algemeen
De atalanta is het meest gezien

REGIO – Er zijn afgelopen weekend weinig vlinders geteld tijdens de jaarlijkse vlindertelling. De zestiende editie van de tuinvlindertelling was van 2 tot en met 4 augustus. Op zo’n vijfduizend plekken in het land telden de mensen een kwartier lang de vlinders die ze in hun tuin tegenkwamen. Het weer was redelijk, maar er zijn minder vlinders geteld dan tijdens de eerdere vijftien edities.

Landelijk werd de atalanta het meest geteld dit jaar, met het klein koolwitje als tweede en de dagpauwoog als derde. In Groningen, Drenthe, Gelderland en Overijssel was het klein koolwitje de winnaar en stond de atalanta op de tweede plek. De vierde plek was voor het bont zandoogje. Dat is een soort die zich de afgelopen jaren sterk heeft uitgebreid en ook veel in tuinen wordt gezien. Bont zandoogjes zijn territoriaal en een mannetje duldt geen andere mannetjes in zijn buurt, dus grote aantallen bij elkaar zul je er niet van zien. Dat deze toch zo hoog is geëindigd geeft aan dat hij gewoon in veel tuinen aanwezig was.

Sterke afname kleine vos
De kleine vos was landelijk zesde, maar deze vlinder is voornamelijk in het westen en noorden van het land gezien. Op de hogere zandgronden in Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant, Limburg, maar ook in Zeeland stond deze niet eens in de top tien. In vier van de voorgaande edities van de tuinvlindertelling was dit zelfs de meest getelde vlinder.

Gemiddeld aantal per telling
Er zijn dit jaar gemiddeld vijf vlinders per telling doorgegeven. Dat is het laagste aantal sinds de tuinvlindertelling in 2009 startte. Bij zo’n korte telling van een weekend ben je nogal afhankelijk van toevalsfactoren, zoals de vliegtijd van de algemene soorten en de weersomstandigheden. Het weer was redelijk te noemen dit jaar. De temperatuur was boven de 20 graden Celsius, maar er was wel vaak vrij veel bewolking. Een echte tuinvlinder als de dagpauwoog was nog steeds aanwezig, maar een aantal weken geleden vlogen er wel veel meer.

Zorgwekkend laag
We hebben dit jaar met nadruk gevraagd om ook nultellingen door te geven. Als men een kwartier heeft geteld in de tuin en geen enkele vlinder heeftt gezien is dat ook een zinvolle telling. In meer dan 400 van de tellingen was dit het geval: wel geteld, niets gezien. Per telling werden landelijk vijf vlinders geteld. Dat is veel minder dan alle voorgaande edities. Het minimum tot nu toe was 8,2 vlinders per telling in 2018 en 2023. Als de nultellingen niet worden meegeteld, wordt uitgekomen op 5,5 vlinders per telling, nog steeds een laag aantal.

Meetnet vlinders
Het gemiddeld aantal vlinders per telling van de eerste acht jaar, van 2009 tot en met 2016 was 16,4. In de tweede periode van 2017 tot en met 2024 lag dit op de helft, op 8,4. Deze achteruitgang van vlinders komt overeen met de gegevens uit het meetnet vlinders, dat al vanaf 1990 loopt en met name buiten tuinen telt. Het meetnet telt de vlinders gedurende het hele vlinderseizoen, van april tot en met september. De redenen voor de achteruitgang van de vlinders, een combinatie van het zeer intensieve gebruik van ons land, samen met klimaatverandering en dan met name klimaatextremen lijken ook effect te hebben op de tuinvlinders.

Zelf iets doen
Tuineigenaren kunnen zelf wat doen aan de aanwezigheid van vlinders in de tuinen door te zorgen voor bloei in de tuin van februari tot in november en door onbespoten planten te gebruiken. Ook kan men planten aanbrengen waar de rupsen van leven, zodat vlinders niet alleen wat komen drinken in de tuin, maar dat ze zich er ook voortplanten.

Ook buiten de tuin kan er nog veel verbeterd worden. Zo kan men de gemeente adviseren om in het beheer van hun bermen, groenstroken en parken meer rekening te houden met vlinders en biodiversiteit. 

Meer informatie is te vinden op www.vlinderstichting.nl.