
Ina van Kasteel geniet na 40 jaar nog van werken in het onderwijs
AlgemeenROLDE – Ina van Kasteel begon op 28 oktober 1984 als kleuterjuf aan de Telgenschool in Rolde. Ze maakte kort daarna de overstap naar de Jan Thiesschool en daar is ze nooit meer weggegaan. Binnenkort viert ze haar 40-jarig jubileum in het onderwijs.
De 21-jarige Ina van Kasteel solliciteerde op een vacature in verband met zwangerschapsverlof. Er waren 82 sollicitanten. ,,Dat waren andere tijden, toen waren er weinig vacatures. Een heel ander beeld dan tegenwoordig. Ik stond toen volledig voor de klas en gaf daarnaast ook nog vijftien uur turntraining en was in de weekenden ook met de turnsport bezig. In de loop der jaren is dat beeld veranderd. We hebben veel meer administratieve taken gekregen en overal zijn werkgroepen voor”, blikt de onderwijzers terug. ,,En de kinderen zijn in de loop der jaren mondiger geworden, maar het blijven natuurlijk wel kinderen.”
Van Kasteel geniet van het werken met kinderen. ,,Het is fijn om kinderen wat te leren en het is mooi om te zien hoe ze zich ontwikkelen. Jonge kinderen maken in een korte tijd veel progressie door. Het is fijn om daar een bijdrage aan te kunnen leveren.”
Juf Ina werkte 19 jaar met kleuters en maakte toen de overstap naar Groep 3. ,,Na tien jaar ben ik weer twee jaar teruggegaan naar de kleuters. Collega’s hadden allemaal de cursus OGO (Ontwikkelingsgericht Onderwijs, red.) gevolgd. Ik merkte dat ik de kleuters was ontgroeid. Het was na de pauze veelal het coördineren van het toiletbezoek. Mijn hart ligt meer bij Groep 3, die zijn al zelfstandiger. Daar kun je de kinderen leren lezen en rekenen. Dat vind ik leuk om te doen. Het is ook veel meer afgebakend. Je weet wat je moet doen. Ik heb ook een jaar een combinatiegroep 3 en 4 gehad. Dat was een superleuke klas.”
De Rolder docente kijkt ook met plezier terug op de perioden dat ze Elmer Radstaak, een jongen met het syndroom van Down in de klas had. Samen met onderwijsassistent Hans Westra en Monique, de moeder van Elmer, ging ik naar Utrecht naar de Stichting Downsyndroom om te leren hoe je het beste met een leerling met het downsyndroom om kunt gaan. Met een gevulde picknickmand in de auto gingen we met z’n drieën naar Utrecht. Kinderen met een downsyndroom mogen graag dingen imiteren en je moet leren om daar een goede weg in te vinden. Het was een hele stap om een leerling met het downsyndroom op te nemen in de groep. Het mooie was dat de groep voor hem ging zorgen en hij zo onderdeel uitmaakte van de groep.”
De voormalig turntrainster geniet ook van de nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs. ,,We zijn begonnen met bewegend leren. Dat is spelenderwijs leren. De kinderen zitten niet meer op hun stoel, maar we gaan bijvoorbeeld naar buiten. Dan leg ik hoepels op het plein en kinderen gaan in de hoepel met dobbelstenen gooien. Ze moeten de getallen aangeven, maar ook bijvoorbeeld het verschil tussen twee worpen. Vervolgens gaan ze een hoepel verder. Ze leren rekenen, maar zijn ook in beweging. Het dus ook goed voor de motoriek. Zo kun je ook taalspelletjes doen.”
De 61-jarige onderwijzeres denkt na 40 jaar nog niet aan stoppen. ,,Ik denk als mijn man over paar jaar met pensioen gaat, dat ik er ook mee stop. Dan gaan we lekker reizen.







