
‘Doorstroomtoets toetst alleen specifieke onderdelen van rekenen en taal’
AlgemeenGASSELTERNIJVEEN – Leerlingen van de Obs J. Emmens en DKC ’t Kompas in Gasselternijveen hebben zich de afgelopen dagen gebogen over de Doorstroomtoets. Altijd een spannend moment voor de leerlingen, maar ze hebben zich er knap doorheen geslagen.
Zoals ieder jaar is er we iets te melden over de doorstroomtoets. Ook dit jaar bleek dat er enkele scholen in Nederland weigerden om de wettelijk verplichte toets af te nemen. De schoolbesturen vonden dat de toetsen alleen maar de leerlingen onderling vergelijken en dat er te weinig oog is voor de ontwikkeling van individuele leerling. De directeuren Jantine Raterink-Everts van Obs Emmens en Gijs de Groot van ’t Kompas kunnen daar wel in meegaan. ,,De toets is landelijk verplicht. De toets bepaalt niet het schooladvies. We volgen de kinderen acht jaar en zien ontwikkeling door de jaren heen. De Doorstroomtoets toetst alleen specifieke onderdelen van rekenen en taal en houdt geen rekening met de werkhouding en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling. Wij nemen dat wel mee in het schooladvies.” De Groot sluit zich daarbij aan: ,,De doorstroomtoets is ook een momentopname. Net als andere toetsen door het jaar heen. Heb je een slechte dag, dan kan dat zomaar invloed hebben op het resultaat.”
Waar vroeger Cito een monopolypositie had, worden er nu zes verschillende doorstroomtoetsen aangeboden. Beide scholen hebben de Iep-toets afgenomen. Landelijk is er kritiek en is er de roep om iedereen dezelfde toets te laten doen, omdat blijkt dat de toetsen verschillende uitkomsten hebben. Binnen de Stichting PrimAH waar Obs J. Emmens is aangesloten doen alle scholen de Iep-toets. ,,We hebben binnen CKC Drenthe die discussie ook gevoerd, omdat niet alle scholen dezelfde toets afnemen”, zegt De Groot. ,,We constateerden ook dat er verschillende uitkomsten waren. Dat kan natuurlijk niet. En het maakt ook nog uit of je de toets schriftelijk of digitaal afneemt.” Raterink sluit zich daarbij aan. ,,De Doorstroomtoets heeft echter alleen invloed als een leerling hoger scoort, dan het schooladvies. Dan gaan we met de leerling en de ouders in gesprek.”
Eigenlijk is er de laatste jaren niet zoveel veranderd, alleen dat de naam veranderd is en dat het toetsmoment eerder is; februari in plaats van april. En dat er elk jaar vanuit het onderwijs vergelijkbare geluiden naar buiten komen. Toch is er volgens De Groot wel iets veranderd. ,,Er zijn scholen waar het advies later komt. Die scholen begeleiden kinderen van 4 tot en met 13 jaar. Nederland is het enige land in Europa waar het adviesmoment in groep 8 van de basisschool ligt en dat is best wel vroeg.” De directeur van ’t Kompas zet zijn twijfels bij de manier waarop getoetst wordt. Hij verwijst naar Bernd van der Kolk die daar onderzoek naar heeft gedaan en het volgende concludeert: ,,Het Cito, schrijft Van der Kolk, suggereert met zijn leerlingvolgsysteem een mate van grip (...) die niet waargemaakt kan worden. Wat mij betreft stoppen we met de mantra Meten is weten wanneer het om mensen en organisaties gaat. Want het gaat totaal voorbij aan de complexiteit en werkelijke implicaties van meten en kwantificeren in een sociale context.”
Volgens Raterink moet er ook niet zoveel nadruk op de Doorstroomtoets worden gelegd. ,,De media spelen daar ook een rol in. Ouders gaan door de berichtgeving het erg belangrijk vinden. Dat straalt ook uit naar de leerlingen, waardoor zij in de toetsweek spanning ervaren. Dat is nergens voor nodig. De uitslag bepaalt niet het schooladvies. Je mag van de scholen verwachten dat ze voldoende professionaliteit hebben om een kansrijk advies te formuleren.”








