Marianne Duinkerken en Albert Koopman genieten nog van hun schaapskudde zolang het nog kan.
Marianne Duinkerken en Albert Koopman genieten nog van hun schaapskudde zolang het nog kan. (Foto: Henry Koops)

Herders van Balloo: ‘Wat is opgebouwd valt allemaal weg’

Algemeen

BALLOO – De schapen zullen zondag als ze allemaal geschoren zijn tijdens het Schaapsscheerdersfeest & Wolfestijn in Balloo direct in een vrachtwagen worden geladen en afgevoerd. Er komt dan een einde aan de schaapkudde van Albert Koopman en Marianne Duinkerken. De kudde heeft bijna 50 jaar rondgezworven op het Balloërveld. ,,We zijn er dan allemaal, de schaapscheerders, de medewerkers en vrijwilligers. Op die manier kunnen we het afscheid samen beleven”, zegt schaapherder Marianne Duinkerken.

Albert Koopman stichtte in 1981 de kudde en in 2001 voegde Marianne Duinkerken zich bij het bedrijf. Gezamenlijk vormen zij de Herders van Balloo. In opdracht van Staatsbosbeheer beheren de herders het Balloërveld. ,,De kiem van mijn belangstelling voor het herderschap ligt bij mijn vader die priester was. Hij vertelde op de zondagsschool verhalen over de goede herders uit boeken met mooie plaatjes. Ik mocht graag naar de kerk gaan, de devotie en stilte vond ik heerlijk. Het intrigeerde mij enorm”, vertelt Marianne bij de kudde op het Balloërveld. ,,Later trof ik Albert en toen ik hoorde dat hij herder was, werd mijn nieuwsgierigheid gewekt en zo ben ik mijn leven gaan delen met Albert en de kudde.”

Duinkerken die in Haarlem en Den Haag woonde en over de zeeën had gezworven wist niets van schapen. ,,De rust en stilte sprak mij aan. Maar toen ik voor het eerst met Albert de heide opging vond ik het heel teleurstellend en dacht: is dit het nou? De kudde bestond toen nog uit duizend schapen. Albert zei toen: wacht maar tot je alleen met de kudde op pad gaat. Toen ik alleen met de kudde was gebeurde er iets met me en dat heb ik nooit meer losgelaten. Het gevoel van uitdaging om bezig te zijn met een kudde, het samenspel van de driften van de natuur en de dieren en mijn eigen driften, dat fascineerde mij enorm.”

De Herders van Balloo kregen maandgeld van Staatsbosbeheer en later ook subsidie van de Provincie Drenthe. ,,Ik wilde mijn kinderen ook graag laten studeren en zocht naar extra inkomsten. Zo is het Wolatelier ontstaan met de verkoop van gesponnen wol, huiden en vachten en het organiseren van excursies en lezingen. En we zijn begonnen met een terras bij de schaapskooi. In bijna 25 jaar tijd is het een geweldig bedrijf geworden dat zeven dagen in de week open is. Maar dat wordt nu allemaal vernietigd.”

De Herders van Balloo wilden per 1 augustus stoppen en de kudde netjes overdragen. Stichting Schaapskooi Balloërveld wilde stoppen met de thee- en koffieschenkerij. Hierdoor haakte een overnamekandidaat af. Ook zijn bestanden verdwenen met registratiegegevens van de schapen. Dit is opgelost. Maar men wil de kudde niet meer overnemen. In februari stonden ze van Staatsbosbeheer in het wolatelier en zeiden dat ik per 1 april moest stoppen. Dat heb ik geweigerd”, de herderin zucht diep. ,,Alles wat we rond de schaapskooi hebben ontwikkeld moet weg, terwijl er zo’n mooie toekomst voor was weggelegd. De schapen gaan nu naar Heeze. Het mooie van de kudde vond ik de verbondenheid met elkaar. Het veld, het klimaat, het weer en je eigen gesteldheid. Alles was met elkaar verbonden. Dat wordt nu allemaal uit elkaar gescheurd. De schapen moeten hun geboortegrond verlaten, iets wreders kun je niet verzinnen”, zegt Marianne die het niet meer droog houdt en haar tranen laat lopen.

Ze kan het nog steeds niet begrijpen. Als ze zichzelf weer een beetje bij elkaar geraapt heeft gaat ze verder. ,,We hebben het allemaal op eigen kracht opgebouwd. En na de brand hebben we het ook herbouwd en een terras aangelegd. Allemaal zelf betaald. Met onze trouwe medewerkers hebben we iets moois neergezet. Het heeft een maatschappelijke functie. Ik word vaak door mensen aangeschoten die me bedanken voor wat we voor hen hebben betekend. Dat valt nu weg.”

De Herders van Balloo had op meer steun gerekend van de stichting. ,,We hebben gevraagd of ze wilden investeren in het verder ontwikkelen van het informatiecentrum, maar kregen steeds nul op het rekest, terwijl ze 120.000 euro in kas hebben. Ze stopten ook al onze bijdrage van dit jaar. Dat geld gaat naar de nieuwe herder. De nieuwe voorzitter zei tegen me: Marianne, wie goed doet, goed ontmoet. Ze mogen me niet. Waren ze maar eens een paar dagen mee het veld ingegaan, dan weten ze wat het betekent om herder te zijn. En hadden ze wellicht andere beslissingen genomen. Het gaat ook niet om mij. Je doet het voor de mensen, dat zij genieten. Daar draait het om. Dat dat nu allemaal wegvalt doet pijn. Vooral voor Albert. Het Balloërveld ligt bezaaid met zijn tranen. Toch geeft het een trots gevoel dat we het allemaal onafhankelijk hebben kunnen doen.”

,,Ik heb maandelijks overleg met Staatsbosbeheer. Men was tevreden. Het was altijd goed. En ik ben best eigenzinnig. Zij wilden graag in verband met de wolf dat de schapen ’s nachts in de kooi gaan. Dat is echter niet goed voor de vacht, dus ik laat ze in het veld. Wel hoop ik elke morgen dat de wolf niet langs is geweest. En ik kon hondenbezitters ook best uitkafferen als ze hun honden los lieten lopen. Dat had soms best wat vriendelijker gekund.”

De fysieke arbeid, de regelgeving, de opkomst van de wolf en het blauwtongvirus zijn redenen waarom de 67-jarige herderin er mee wil stoppen. ,,Mentaal is het best lastig. Vooral het blauwtongvirus is verschrikkelijk. Je gaat er kapot aan als je de dieren ziet lijden. Je staat machteloos. Het is een grote zorg om 300 tot 400 schapen gezond te houden.”

Er komt een busje aanrijden. Het is Albert Koopman. ,,Hij komt op vrijdag altijd een visje brengen.” De 81-jarige herder houdt zich op de vlakte, maar geniet nog steeds van hun kudde en is trots op hond Toeter. ,,Ik heb er geloof ik in al die tijd acht gehad. De schapen zijn vandaag rustig.” Marianne heeft samen met Toeter de kudde weer bijeengebracht om straks de jonge beplanting te lijf te gaan.

De afgelopen 25 jaar heeft Duinkerken ook veel goeds gebracht. ,,Het mooie van het werk is als een dag echt zin heeft gehad en de kudde tevreden is. Ik geniet ook van de verhalen van de medewerkers als ik terugkom uit het veld. Dat gelukzalige gevoel zal ik gaan missen. Net als het gevoel na de geboorte van de lammeren. Ik heb in die 25 jaar veel geleerd. Ik ben onder meer milder geworden. Ook naar de Drent toe, want daar heb ik altijd moeite mee gehad. Maar ik heb de waarde van Drenthe en de Drent leren waarderen. Om het kort samen te vatten heb ik vooral geleerd om de mogelijkheden en onmogelijkheden te accepteren. Maar na al die jaren weet ik ook dat de natuur en levensgeluk alles relativeren.”

Herderin Marianne Duinkerken drijft de Drentse heideschapen op.