Henk Smeenge:
Henk Smeenge: (Eigen foto)

Henk Smeenge: ‘Het is heel bijzonder wat wij met Unitas hebben gepresteerd’

Algemeen

ROLDE – Henk Smeenge kijkt met trots terug op de afgelopen drie seizoenen waarin hij trainer was bij handbalvereniging Unitas uit Rolde. “Het is heel bijzonder wat wij als groep en als club hebben bereikt”, zegt de vertrekkende oefenmeester, die met Unitas promoveerde naar de eredivisie en in het eerste jaar op het een na hoogste niveau direct meedeed om het kampioenschap.

De uit Balloo afkomstige Henk Smeenge begon vier jaar geleden als extra trainer bij de A-jeugd. “Ik ging één keer in de week helpen bij de A-jeugd. Het was een talentvolle groep, maar iedereen deed zijn eigen ding. Ik heb geprobeerd ze mee te geven, dat ze wat meer als team moesten opereren. Maar het viel me al op dat er veel talent was.”

Smeenge was als speler al betrokken bij de bekerstunts in 2012 en 2013, toen Unitas de kwartfinale van de landelijke beker haalde. Henk-Jan Ottens was toen de trainer. Smeenge nam een paar seizoenen geleden het stokje over van de mannenploeg van zijn voormalige trainer. “Het eerste wat we hebben gedaan, was flink verjongen. De toenmalige ploeg kon meekomen in de onderste regionen en de middenmoot van de eerste divisie. Als we stappen wilden maken, moesten we vernieuwen. Ik kende veel spelers, onder andere uit de talentenpoule van Handbalschool Groningen. Het werd een mooie mix van jongens uit Rolde en omgeving — de moeder van Bram Schutrup staat achter de bar in de Boerhoorn — en een groepje uit Groningen, zoals Tinne ter Maat uit Baflo. Veel van de jongens studeerden in Groningen en reden elke dag heen en weer om in Rolde te trainen. Dat ging heel gezellig met elkaar. Voor deze jongens was Unitas ook de enige plek waar ze op niveau konden spelen.”

Het succes van Unitas komt volgens Smeenge door een paar mensen die bereid zijn veel te investeren in de vereniging. “Van Henk-Jan Ottens heb ik geleerd dat je hard moet trainen, je opleidingen moet volgen en vaak bij elkaar moet komen. Dat heb ik ook ervaren als speler in Groningen en Emmen. Drijvende krachten die willen investeren en steeds een stukje verder willen gaan. Kijken of je je doelen kunt halen en dan weer verder kijken.”

Smeenge boekte vorig seizoen met zijn ploeg in de eerste divisie een bijna ongeslagen status, maar moest de titel laten aan DWS uit Schiedam. Voor de beslissingswedstrijd was bekend dat beide ploegen naar de eredivisie zouden promoveren. “Er zat heel veel druk op die wedstrijd. Als staf hebben we nog getwijfeld of we het de jongens moesten vertellen dat we al gepromoveerd waren. Je houdt het toch niet stil, dus we hebben het verteld, want ons doel was al bereikt. Mentaal is zo’n wedstrijd een interessant aspect. Hoe gaan ze met de druk om in een partij die bol staat van de spanning? Het is een hele belevenis. We hebben de wedstrijd verloren, maar wel veel ervaring opgedaan. Ik denk dat het heeft meegeholpen om bijvoorbeeld de uitwedstrijd tegen E&O in de eredivisie te winnen.”

In de eredivisie ging er een wereld open voor de Roldenaren. “We kwamen te spelen tegen grote teams uit Nederland, waar sommige spelers betaald worden. Wij reisden met een bus naar de uitwedstrijden. Bij de sporthal in Waalwijk stonden vijftien leaseauto’s op de parkeerplaats van de spelers van Tachos. Dat maakte indruk, maar we zijn nuchtere Drenten. Het is een spelletje van zeven tegen zeven en als we de mouwen opstropen, kunnen we ver komen. We begonnen voorzichtig, maar al snel kwam het besef dat we minstens zo goed waren als de andere ploegen en uiteindelijk hebben we maar zes keer verloren.
Smeenge liet zijn spelers er zelf in geloven. “We bekeken altijd van tevoren de tegenstander. Ik gaf dan aan: als we het zo op een bepaalde manier aanpakken, dan denk ik dat we gaan winnen. Vrijdag werd op het strijdplan getraind en als het dan een paar keer in de wedstrijd uitkwam, groeide het zelfvertrouwen. Je ziet dan binnen de ploeg iets ontstaan. Ik heb weinig spanning gezien bij mijn spelers. Belangrijk waren spelers als Nawid Karimi-Zand, Bart Mik en Harm Meijer, die op dit niveau al hadden gespeeld. Zij hadden het al eens meegemaakt en straalden rust uit, en dat straalde af op de rest van de ploeg. Maar sport blijft een ongrijpbaar fenomeen. In mijn tijd als trainer van de dames van E&O maakte ik de andere kant mee. Bij een team in degradatienood spelen heel andere dingen.”

Spelen op hoog niveau vraagt meer van een vereniging en voor een kleine dorpsclub is dat soms best lastig. Sporthal De Boerhoorn is niet geschikt voor tophandbal. “De club is hierover voortdurend in gesprek met het Nederlands Handbalverbond. Er zijn meer clubs in een vergelijkbare situatie en men zal ambitieuze clubs niet direct uitsluiten. Overleg is er ook met de gemeente. We willen graag twee krachttrainingen en vier harstrainingen doen per week. Zonder hars is handbal een heel ander spelletje. Je raakt het goede gevoel kwijt. Het is verschrikkelijk. We maken de hal na de trainingen altijd zelf schoon, maar als er andere sporten na ons in de zaal moeten, is dat lastig”, zegt Smeenge. “Ik wilde ook graag met de bus naar de uitwedstrijden. Ik ben zelf naar Doornbos in Groningen gegaan en heb de situatie uitgelegd en verteld wat er allemaal voor gedaan werd. We hebben kunnen regelen dat de bus voor kostprijs beschikbaar wordt gesteld. De club is meegegroeid. We hebben nu twee trainingen op een dag en een maaltijd op woensdag. En de wedstrijdaankleding is dik voor elkaar. Dat is goed voor de sfeer in de hal.”

Het mondde voor de promovendus uit in een uitzonderlijke tweede plaats in de reguliere competitie. De Rolder ploeg werd in de halve finale van de play-offs uitgeschakeld door DFS Arnhem en eindigt dit seizoen als derde. Smeenge heeft er vrede mee. “Tachos en DFS Arnhem zijn de sterkste ploegen en hebben meer in de Super Handball League te zoeken. We hebben een stabiel seizoen gedraaid, maar verloren de onderlinge confrontaties met DFS. De Arnhemmers lieten gedurende het seizoen meer punten liggen. Door onze tweede plaats hadden we het thuisvoordeel, maar trokken we net aan het kortste eind. Maar het blijft een prestatie om trots op te zijn. We hebben respect afgedwongen in handballend Nederland. Ploegen spelen ook graag in Rolde voor de sfeer en hoe ze door de club worden ontvangen.”

Voor de play-offs is in Rolde nog wel gesproken over een mogelijke promotie naar de Super Handball League, want daar komt natuurlijk nog meer bij kijken. “Wat betekent het voor de spelers en de club? Reizen naar België is een hele opgave voor een club met het budget van Unitas en ook voor de spelers vergt dat veel meer. Toch hebben we samen besloten ervoor te gaan. En er was ook groen licht van de vereniging.”

Smeenge koos ervoor om op het hoogtepunt te stoppen. “Ik heb een gezin met twee kleine kinderen en een drukke baan bij het Cruyff College in Groningen. Ik ben veel van huis en ook als ik thuis was, was ik met handbal bezig. Daar wilde ik de komende tijd meer rust in hebben. En het is ook goed dat er na een tijdje een nieuw gezicht voor de groep komt te staan om vervolgstappen te kunnen maken. Ik ken Xander Assen niet, maar ik heb gehoord dat hij een goede trainer is. En ik heb veel vertrouwen in mijn assistent Denise de Vries; zij is een groot talent.”

Smeenge blijft betrokken bij de club, onder meer op technisch vlak en binnen de jeugdopleiding. “De toekomst van het handbal ligt in de opleiding. Daar wil ik achter de schermen graag mijn bijdrage aan leveren. Juist in het noorden moeten we de handen ineenslaan om jongens voor het handbal te behouden. Marcel Oldenziel uit Assen heeft daar al een rol in gespeeld. De Unitasser heeft in Assen op scholen veel clinics gegeven en zo jongens en meisjes in contact gebracht met handbal. Daar wil ik op voortborduren.”

Terugkijkend vindt de inwoner van Annen het geweldig dat het zo uitgepakt is bij Unitas, zelfs meer dan hij had durven dromen. “Ik heb zelf nog met Camiel Lansink gespeeld. Ik als ervaren rot en hij als jong talent. We hebben samen diverse periodes doorlopen en hebben dezelfde dromen nagejaagd. Hij stopt nu ook met handballen. We hebben het er laatst samen over gehad. Het is heel bijzonder wat we hebben bereikt. We zijn dankbaar dat het zo is gelopen en dat wij daaraan hebben mogen bijdragen.”